BWBR0040675
Geldig vanaf 01-03-2018
Artikel 5
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Centraal bureau voor de statistiek 2018
Specifieke mandaten en machtigingen:
1. Wet openbaarheid van bestuur: Aan de directeur centrale beleidsstaf wordt mandaat verleend tot uitoefening van de bevoegdheden voortvloeiend uit Wet openbaarheid van bestuur.
2. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom: Aan het hoofd bedrijfsadministraties belast met handhaving (als bedoeld in de artikelen 43, 48, 51 en 52 CBS-wet) wordt mandaat verleend tot uitoefening van de bevoegdheden van de directeur-generaal aangaande bestuurlijke boete en last onder dwangsom. Het mandaat geldt niet voor het beslissen op bezwaren die zijn gericht tegen besluiten op grond van de artikelen 43 tot en met 52 van de wet. Aan medewerkers belast met dataverzameling wordt machtiging verleend tot het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet, met betrekking tot aangelegenheden behorende tot het werkterrein van de betrokken hoofddirectie DVZ.
3. Besluiten op bezwaar in het kader van Handhaving: Aan de directeur centrale beleidsstaf wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten met betrekking tot bezwaarschriften tegen het opleggen van een bestuurlijke boete en last onder dwangsom.
4. Verwerving, gebruik en verstrekking van gegevens: Aan de hoofddirecteuren en directeuren wordt met betrekking tot aangelegenheden behorende tot het werkterrein van de betrokken hoofddirectie respectievelijk sector mandaat, machtiging verleend tot uitoefening van de bevoegdheden van de directeur-generaal als bedoeld in de artikelen 33 tot en met 42a van de wet. Aan de hoofddirecteuren en directeuren wordt met betrekking tot aangelegenheden behorende tot het werkterrein van de betrokken hoofddirectie mandaat verleend voor het nemen van besluiten op bezwaarschriften, gericht tegen besluiten op grond van de artikelen 33 tot en met 42a van de wet.
5. Uitoefenen artikel 41 lid 2 sub e wet (toegang tot microdata): Aan de directeur centrale beleidsstaf wordt mandaat verleend tot de uitoefening van de bevoegdheden van de directeur-generaal als bedoeld in de artikel 41 lid 2 sub e van de wet.
1. Wet openbaarheid van bestuur: Aan de directeur centrale beleidsstaf wordt mandaat verleend tot uitoefening van de bevoegdheden voortvloeiend uit Wet openbaarheid van bestuur.
2. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom: Aan het hoofd bedrijfsadministraties belast met handhaving (als bedoeld in de artikelen 43, 48, 51 en 52 CBS-wet) wordt mandaat verleend tot uitoefening van de bevoegdheden van de directeur-generaal aangaande bestuurlijke boete en last onder dwangsom. Het mandaat geldt niet voor het beslissen op bezwaren die zijn gericht tegen besluiten op grond van de artikelen 43 tot en met 52 van de wet. Aan medewerkers belast met dataverzameling wordt machtiging verleend tot het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet, met betrekking tot aangelegenheden behorende tot het werkterrein van de betrokken hoofddirectie DVZ.
3. Besluiten op bezwaar in het kader van Handhaving: Aan de directeur centrale beleidsstaf wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten met betrekking tot bezwaarschriften tegen het opleggen van een bestuurlijke boete en last onder dwangsom.
4. Verwerving, gebruik en verstrekking van gegevens: Aan de hoofddirecteuren en directeuren wordt met betrekking tot aangelegenheden behorende tot het werkterrein van de betrokken hoofddirectie respectievelijk sector mandaat, machtiging verleend tot uitoefening van de bevoegdheden van de directeur-generaal als bedoeld in de artikelen 33 tot en met 42a van de wet. Aan de hoofddirecteuren en directeuren wordt met betrekking tot aangelegenheden behorende tot het werkterrein van de betrokken hoofddirectie mandaat verleend voor het nemen van besluiten op bezwaarschriften, gericht tegen besluiten op grond van de artikelen 33 tot en met 42a van de wet.
5. Uitoefenen artikel 41 lid 2 sub e wet (toegang tot microdata): Aan de directeur centrale beleidsstaf wordt mandaat verleend tot de uitoefening van de bevoegdheden van de directeur-generaal als bedoeld in de artikel 41 lid 2 sub e van de wet.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0040675
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl