BWBR0040666
Geldig vanaf 2018-02-28
Artikel 5
Tijdelijke subsidieregeling Milieu Centraal 2018–2021
1. Voor het kalenderjaar 2018 dient de subsidieontvanger voor 1 mei van dat jaar de aanvraag tot subsidieverlening in voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
2. Voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2021 dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd, de aanvraag tot subsidieverlening in voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
3. Onverminderd artikel 10, vierde lid, van het Besluitbevat de aanvraag:
a. een overzicht van zowel de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, als van de activiteiten bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b;
b. een opgave van het tijdstip waarop de aanvullende activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, zijn voltooid;
c. een gespecificeerde begroting, die een goed inzicht geeft in de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, uitgesplitst in de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, en de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b.
2. Voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2021 dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd, de aanvraag tot subsidieverlening in voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
3. Onverminderd artikel 10, vierde lid, van het Besluitbevat de aanvraag:
a. een overzicht van zowel de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, als van de activiteiten bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b;
b. een opgave van het tijdstip waarop de aanvullende activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, zijn voltooid;
c. een gespecificeerde begroting, die een goed inzicht geeft in de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, uitgesplitst in de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, en de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b.