BWBR0040642
Geldig vanaf 20-02-2018
Artikel 4
Besluit mandaat, volmacht en machtiging diverse functionarissen Kamer van Koophandel 2018
1. Aan managers wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende functionarissen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het nemen van besluiten ten aanzien van personeelsaangelegenheden in de ruimste zin van het woord, met uitzondering van: i. het nemen van besluiten tot strafontslag;
ii. het beslissen tot toepassing van disciplinaire maatregelen;
iii. toepassen van hardheidsclausules;
iv. toekennen van vertrekregelingen;
v. het toekennen/stopzetten/weigeren van arbeidsmarkttoelagen;
vi. het wijzigen van de formatie, de functie indeling en de inschaling van zijn afdeling;
i. het nemen van besluiten tot strafontslag;
ii. het beslissen tot toepassing van disciplinaire maatregelen;
iii. toepassen van hardheidsclausules;
iv. toekennen van vertrekregelingen;
v. het toekennen/stopzetten/weigeren van arbeidsmarkttoelagen;
vi. het wijzigen van de formatie, de functie indeling en de inschaling van zijn afdeling;
b. het beslissen op bezwaar inzake besluiten van onder hen ressorterende teamleider(s).
2. Bij afwezigheid worden de uit artikel 4, eerste lid, voor een manager voortvloeiende bevoegdheden, voor de duur van de afwezigheid, uitgeoefend door een andere, door de betrokken manager aangewezen manager of een teamleider van dezelfde afdeling.
a. het nemen van besluiten ten aanzien van personeelsaangelegenheden in de ruimste zin van het woord, met uitzondering van: i. het nemen van besluiten tot strafontslag;
ii. het beslissen tot toepassing van disciplinaire maatregelen;
iii. toepassen van hardheidsclausules;
iv. toekennen van vertrekregelingen;
v. het toekennen/stopzetten/weigeren van arbeidsmarkttoelagen;
vi. het wijzigen van de formatie, de functie indeling en de inschaling van zijn afdeling;
i. het nemen van besluiten tot strafontslag;
ii. het beslissen tot toepassing van disciplinaire maatregelen;
iii. toepassen van hardheidsclausules;
iv. toekennen van vertrekregelingen;
v. het toekennen/stopzetten/weigeren van arbeidsmarkttoelagen;
vi. het wijzigen van de formatie, de functie indeling en de inschaling van zijn afdeling;
b. het beslissen op bezwaar inzake besluiten van onder hen ressorterende teamleider(s).
2. Bij afwezigheid worden de uit artikel 4, eerste lid, voor een manager voortvloeiende bevoegdheden, voor de duur van de afwezigheid, uitgeoefend door een andere, door de betrokken manager aangewezen manager of een teamleider van dezelfde afdeling.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0040642
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl