BWBR0040573
Geldig vanaf 2018-02-06
Artikel 5.4
Regeling stralingsbescherming beroepsmatige blootstelling 2018
1. Bij het bepalen van de blootstelling, bedoeld in artikel 7.12 van het besluit, kan een loodschortcorrectiefactor worden opgenomen als onderdeel van de dosisgegevens, mits bij het gebruik van het persoonlijk dosiscontrolemiddel, bedoeld in artikel 5.2, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. het betreft een A-werknemer;
b. de handelingen van de werknemer houden direct verband met de zorg voor patiënten in de gezondheidssector;
b. de werknemer wordt bij de handelingen alleen blootgesteld aan verstrooide straling veroorzaakt door het werken met röntgentoestellen met een buisspanning van ten hoogste 150 kVp; en
c. in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, is bij de handelingen van de werknemer onderbouwd aangegeven waarom de loodschortcorrectiefactor wordt toegepast.
2. De loodschortcorrectiefactor bedraagt 0,2.
3. Indien de loodschortcorrectiefactor, bedoeld in het tweede lid, is opgenomen als onderdeel van de dosisgegevens, wordt het door de dosimetrische dienst op basis van de uitlezing van het persoonlijk dosiscontrolemiddel vastgestelde persoonsdosisequivalent Hp(10) vermenigvuldigd met de loodschortcorrectiefactor, beschouwd als de effectieve dosis mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. het persoonlijk dosiscontrolemiddel is gedurende de gehele meetperiode alleen gebruikt bij handelingen verricht overeenkomstig het schriftelijke protocol, bedoeld in Bijlage E bij deze regeling; en
b. de ondernemer heeft samen met de betrokken blootgestelde werknemer vastgesteld dat aan de voorwaarde, bedoeld onder a, is voldaan en heeft dit schriftelijk vastgelegd.
4. Indien de toezichthouder vaststelt dat niet is voldaan aan een voorwaarde, bedoeld in het eerste of derde lid, verwijdert de beheerder op verzoek van de toezichthouder de loodschortcorrectie onverwijld uit het NDRIS.
a. het betreft een A-werknemer;
b. de handelingen van de werknemer houden direct verband met de zorg voor patiënten in de gezondheidssector;
b. de werknemer wordt bij de handelingen alleen blootgesteld aan verstrooide straling veroorzaakt door het werken met röntgentoestellen met een buisspanning van ten hoogste 150 kVp; en
c. in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, is bij de handelingen van de werknemer onderbouwd aangegeven waarom de loodschortcorrectiefactor wordt toegepast.
2. De loodschortcorrectiefactor bedraagt 0,2.
3. Indien de loodschortcorrectiefactor, bedoeld in het tweede lid, is opgenomen als onderdeel van de dosisgegevens, wordt het door de dosimetrische dienst op basis van de uitlezing van het persoonlijk dosiscontrolemiddel vastgestelde persoonsdosisequivalent Hp(10) vermenigvuldigd met de loodschortcorrectiefactor, beschouwd als de effectieve dosis mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. het persoonlijk dosiscontrolemiddel is gedurende de gehele meetperiode alleen gebruikt bij handelingen verricht overeenkomstig het schriftelijke protocol, bedoeld in Bijlage E bij deze regeling; en
b. de ondernemer heeft samen met de betrokken blootgestelde werknemer vastgesteld dat aan de voorwaarde, bedoeld onder a, is voldaan en heeft dit schriftelijk vastgelegd.
4. Indien de toezichthouder vaststelt dat niet is voldaan aan een voorwaarde, bedoeld in het eerste of derde lid, verwijdert de beheerder op verzoek van de toezichthouder de loodschortcorrectie onverwijld uit het NDRIS.