BWBR0040465
Geldig vanaf 2017-12-29
Artikel 1
Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur-generaal Rijkswaterstaat inzake aangelegenheden die verband houden met het verminderen van de uitstoot van gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen
Aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van erkenningen aan instellingen op grond van artikel 10, eerste lid, van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen;
b. het geven van een aanwijzing aan een erkende instelling om een door haar verstrekt certificaat te schorsen of in te trekken op grond van artikel 14, vierde lid, van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen;
c. het schorsen van de erkenning van een instelling op grond van artikel 15, eerste lid, van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen;
d. het intrekken van de erkenning van een instelling op grond van artikel 16, eerste lid, van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen;
e. het vaststellen van de inhoud en de uitslag van examens die tot uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen zijn afgelegd, en het verstrekken van diploma’s op grond van de artikelen 4, 5 en 14 van de Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties, de artikelen 4, 5 en 14 van de Regeling gefluoreerde broeikasgassen hoogspanningsschakelaars en de artikelen 4, 5 en 15 van de Regeling gefluoreerde broeikasgassen brandbeveiligingssystemen.
a. het verlenen van erkenningen aan instellingen op grond van artikel 10, eerste lid, van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen;
b. het geven van een aanwijzing aan een erkende instelling om een door haar verstrekt certificaat te schorsen of in te trekken op grond van artikel 14, vierde lid, van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen;
c. het schorsen van de erkenning van een instelling op grond van artikel 15, eerste lid, van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen;
d. het intrekken van de erkenning van een instelling op grond van artikel 16, eerste lid, van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen;
e. het vaststellen van de inhoud en de uitslag van examens die tot uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van het Besluit gefluoreerde broeikassen en ozonlaagafbrekende stoffen zijn afgelegd, en het verstrekken van diploma’s op grond van de artikelen 4, 5 en 14 van de Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties, de artikelen 4, 5 en 14 van de Regeling gefluoreerde broeikasgassen hoogspanningsschakelaars en de artikelen 4, 5 en 15 van de Regeling gefluoreerde broeikasgassen brandbeveiligingssystemen.