BWBR0040452
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 9
Regeling beheer onroerende zaken Rijk 2017
1. Indien de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten heeft een overtollig gestelde onroerende zaak niet aan te houden en een wijziging van de planologische bestemming van deze onroerende zaak voor de hand ligt, voert hij daarover overleg met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de onroerende zaak ligt.
2. De Minister van Binnenlandse en Koninkrijksrelaties draagt zorg voor een openbare aanbieding van het eigendomsrecht met betrekking tot de overtollig gestelde onroerende zaak die niet aangehouden wordt, tenzij:
a. een andere Minister een schriftelijk verzoek heeft ingediend bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om de belangstelling voor de overname van het eigendomsrecht van de onroerende zaak te peilen bij een organisatie die geen onderdeel is van de rechtspersoon Staat ten behoeve van haar eigen huisvesting of taakuitoefening, en binnen redelijke termijn na het peilen van de belangstelling overeenstemming wordt bereikt met die organisatie over de overname van het eigendomsrecht;
b. ingeval er geen verzoek als bedoeld onder a is ingediend of niet binnen redelijke termijn overeenstemming is bereikt met de betreffende organisatie, maar wel binnen redelijke termijn overeenstemming wordt bereikt met een medeoverheid over overname van het eigendomsrecht door die medeoverheid, of,
c. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het aannemelijk acht dat er alleen belangstelling voor overname van het eigendomsrecht is bij de huidige gebruiker van de onroerende zaak of bij de eigenaar van een aangrenzende onroerende zaak en binnen redelijke termijn overeenstemming wordt bereikt met die gebruiker of eigenaar over de overname van het eigendomsrecht.
3. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties biedt het eigendomsrecht van een overtollig gestelde onroerende zaak slechts aan een medeoverheid als bedoeld in het tweede lid, onder b, aan indien die medeoverheid in een schriftelijk verzoek:
a. aantoont dat de overdracht van het eigendomsrecht noodzakelijk is voor haar eigen huisvesting of voor de uitvoering van bij of krachtens de wet gevorderd bestuur;
b. verklaart dat zij de onroerende zaak bestendig in eigendom houdt en dat de onroerende zaak direct na de overname van het eigendomsrecht gebruikt wordt voor haar eigen huisvesting of voor de uitvoering van het onder a bedoelde bij of krachtens de wet gevorderde bestuur; en
c. verklaart dat zij de overname van het eigendomsrecht volledig uit publieke middelen zal bekostigen.
4. Indien de medeoverheid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, voornemens is de onroerende zaak door een derde te doen gebruiken, komt de Minister van Binnenlandse Koninkrijksrelaties met die medeoverheid overeen dat die medeoverheid het gebruiksrecht in een openbare procedure aanbiedt, tenzij het hem op voorhand duidelijk is dat openbare aanbieding van het gebruiksrecht geen meerwaarde heeft.
5. Bij de aanbieding van het eigendomsrecht van de onroerende zaak houdt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties rekening met planologische voornemens van de gemeente.
6. Bij een openbare aanbieding als bedoeld in het tweede lid wordt het recht van gunning voorbehouden.
7. Voor de overname van het eigendomsrecht wordt een marktconforme prijs betaald aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
8. Voorwaarden als bedoeld in artikel 6, tweede lid, worden door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de overdracht van het eigendomsrecht gesteld aan de nieuwe eigenaar.
2. De Minister van Binnenlandse en Koninkrijksrelaties draagt zorg voor een openbare aanbieding van het eigendomsrecht met betrekking tot de overtollig gestelde onroerende zaak die niet aangehouden wordt, tenzij:
a. een andere Minister een schriftelijk verzoek heeft ingediend bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om de belangstelling voor de overname van het eigendomsrecht van de onroerende zaak te peilen bij een organisatie die geen onderdeel is van de rechtspersoon Staat ten behoeve van haar eigen huisvesting of taakuitoefening, en binnen redelijke termijn na het peilen van de belangstelling overeenstemming wordt bereikt met die organisatie over de overname van het eigendomsrecht;
b. ingeval er geen verzoek als bedoeld onder a is ingediend of niet binnen redelijke termijn overeenstemming is bereikt met de betreffende organisatie, maar wel binnen redelijke termijn overeenstemming wordt bereikt met een medeoverheid over overname van het eigendomsrecht door die medeoverheid, of,
c. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het aannemelijk acht dat er alleen belangstelling voor overname van het eigendomsrecht is bij de huidige gebruiker van de onroerende zaak of bij de eigenaar van een aangrenzende onroerende zaak en binnen redelijke termijn overeenstemming wordt bereikt met die gebruiker of eigenaar over de overname van het eigendomsrecht.
3. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties biedt het eigendomsrecht van een overtollig gestelde onroerende zaak slechts aan een medeoverheid als bedoeld in het tweede lid, onder b, aan indien die medeoverheid in een schriftelijk verzoek:
a. aantoont dat de overdracht van het eigendomsrecht noodzakelijk is voor haar eigen huisvesting of voor de uitvoering van bij of krachtens de wet gevorderd bestuur;
b. verklaart dat zij de onroerende zaak bestendig in eigendom houdt en dat de onroerende zaak direct na de overname van het eigendomsrecht gebruikt wordt voor haar eigen huisvesting of voor de uitvoering van het onder a bedoelde bij of krachtens de wet gevorderde bestuur; en
c. verklaart dat zij de overname van het eigendomsrecht volledig uit publieke middelen zal bekostigen.
4. Indien de medeoverheid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, voornemens is de onroerende zaak door een derde te doen gebruiken, komt de Minister van Binnenlandse Koninkrijksrelaties met die medeoverheid overeen dat die medeoverheid het gebruiksrecht in een openbare procedure aanbiedt, tenzij het hem op voorhand duidelijk is dat openbare aanbieding van het gebruiksrecht geen meerwaarde heeft.
5. Bij de aanbieding van het eigendomsrecht van de onroerende zaak houdt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties rekening met planologische voornemens van de gemeente.
6. Bij een openbare aanbieding als bedoeld in het tweede lid wordt het recht van gunning voorbehouden.
7. Voor de overname van het eigendomsrecht wordt een marktconforme prijs betaald aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
8. Voorwaarden als bedoeld in artikel 6, tweede lid, worden door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de overdracht van het eigendomsrecht gesteld aan de nieuwe eigenaar.