BWBR0040380
Geldig vanaf 2018-03-27
Artikel 1
Regeling maatregelen preventie vogelgriep 2017
In deze regeling wordt verstaan onder:
commercieel gehouden gevogelte: gevogelte bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van gevogelte voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;
risicogevogelte: pluimvee, watervogels of loopvogels, in gevangenschap gefokt of gehouden;
hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
inrichting: agrarische of andere locatie waar commercieel gehouden gevogelte of ander gevogelte wordt gekweekt of gehouden, met uitzondering van slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen, quarantainestations, grensinspectieposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren;
loopvogels: Struthioniformes (struisvogels), Rheiformes (nandoes), Casuariiformes (kasuarissen en emoes) en Apterygiformes (kiwi's);
vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw met uitzondering van woonruimte, waar risicogevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van het risicogevogelte is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;
watervogels: zwanen, ganzen, eenden, duikers, aalscholvers, reigers, ooievaars, ibissen, flamingo’s, futen, kraanvogels, rallen, steltlopers, meeuwen en sterns.
commercieel gehouden gevogelte: gevogelte bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van gevogelte voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;
risicogevogelte: pluimvee, watervogels of loopvogels, in gevangenschap gefokt of gehouden;
hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
inrichting: agrarische of andere locatie waar commercieel gehouden gevogelte of ander gevogelte wordt gekweekt of gehouden, met uitzondering van slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen, quarantainestations, grensinspectieposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren;
loopvogels: Struthioniformes (struisvogels), Rheiformes (nandoes), Casuariiformes (kasuarissen en emoes) en Apterygiformes (kiwi's);
vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw met uitzondering van woonruimte, waar risicogevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van het risicogevogelte is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;
watervogels: zwanen, ganzen, eenden, duikers, aalscholvers, reigers, ooievaars, ibissen, flamingo’s, futen, kraanvogels, rallen, steltlopers, meeuwen en sterns.