BWBR0040340
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 26
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2018
De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:
a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
e. een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW voor elektrisch en thermisch vermogen samen waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van vergisting van uitsluitend dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt, of
f. een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van vergisting van uitsluitend dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.
a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
e. een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW voor elektrisch en thermisch vermogen samen waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van vergisting van uitsluitend dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt, of
f. een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van vergisting van uitsluitend dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.