BWBR0040295
Geldig vanaf 2018-04-01
Artikel 2
Besluit eindconversie WW
1. Indien een recht op uitkering op grond van artikel 130z, tweede lid, van de Werkloosheidswet, wordt omgezet, wordt het dagloon van dat recht ambtshalve opnieuw berekend.
2. Het dagloon van de werkloze werknemer die inkomen geniet wordt als volgt berekend:
A / B + C
Hierbij staat:
A voor:
a. het inkomen in de eerste voorliggende kalendermaand waarin recht op een uitkering bestond, indien het tijdvak waarover loon wordt betaald een kalendermaand betreft; of
b. het inkomen in het volledige aangiftetijdvak van vier weken waarin recht op een WW-uitkering bestond, dat ligt voor de periode voorafgaand aan de datum waarop het recht op uitkering wordt omgezet, indien het tijdvak waarover loon wordt betaald vier weken betreft;
B voor:
a. 21,75 indien het tijdvak waarover inkomen wordt betaald een kalendermaand betreft; of
b. 20 indien het tijdvak waarover inkomen wordt betaald vier weken betreft; en
C voor de uitkomst van de berekening:
D x E / F
Hierbij staat:
D voor het dagloon van de oWW-uitkering;
E voor het gemiddeld verlies van arbeidsuren per kalenderweek van de laatste vier weken waarover recht op een uitkering is uitbetaald voorafgaand aan de datum van de omzetting van de oWW-uitkering, waarbij, indien er in een kalenderweek minder dan vijf uur arbeidsverlies is geleden, voor die kalenderweek het gemiddeld verlies van arbeidsuren op 0 wordt gesteld; en
F voor het gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op de uitkering van de werkloze werknemer:
a. waarop artikel 20, zesde lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, zoals deze luidde op 30 juni 2015, van toepassing is; of
b. waarop na omzetting artikel 1b, vijfde lid, van de Werkloosheidswet van toepassing zou zijn.
4. In afwijking van het tweede lid wordt het dagloon van de uitkering na omzetting niet lager vastgesteld dan het dagloon van de oWW-uitkering.
2. Het dagloon van de werkloze werknemer die inkomen geniet wordt als volgt berekend:
A / B + C
Hierbij staat:
A voor:
a. het inkomen in de eerste voorliggende kalendermaand waarin recht op een uitkering bestond, indien het tijdvak waarover loon wordt betaald een kalendermaand betreft; of
b. het inkomen in het volledige aangiftetijdvak van vier weken waarin recht op een WW-uitkering bestond, dat ligt voor de periode voorafgaand aan de datum waarop het recht op uitkering wordt omgezet, indien het tijdvak waarover loon wordt betaald vier weken betreft;
B voor:
a. 21,75 indien het tijdvak waarover inkomen wordt betaald een kalendermaand betreft; of
b. 20 indien het tijdvak waarover inkomen wordt betaald vier weken betreft; en
C voor de uitkomst van de berekening:
D x E / F
Hierbij staat:
D voor het dagloon van de oWW-uitkering;
E voor het gemiddeld verlies van arbeidsuren per kalenderweek van de laatste vier weken waarover recht op een uitkering is uitbetaald voorafgaand aan de datum van de omzetting van de oWW-uitkering, waarbij, indien er in een kalenderweek minder dan vijf uur arbeidsverlies is geleden, voor die kalenderweek het gemiddeld verlies van arbeidsuren op 0 wordt gesteld; en
F voor het gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op de uitkering van de werkloze werknemer:
a. waarop artikel 20, zesde lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet, zoals deze luidde op 30 juni 2015, van toepassing is; of
b. waarop na omzetting artikel 1b, vijfde lid, van de Werkloosheidswet van toepassing zou zijn.
4. In afwijking van het tweede lid wordt het dagloon van de uitkering na omzetting niet lager vastgesteld dan het dagloon van de oWW-uitkering.