BWBR0040289
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 1
Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
actuele marktwaarde: de waarde die wordt berekend op basis van de actuele rente behorend bij de resterende looptijden van toekomstige kasstromen (rente en aflossing) van een deposito of lening;
betaalrekening: een rekening die de rechtspersoon bij een bank aanhoudt;
daggeldrente: de dagelijkse vaststelling door de Europese Centrale Bank van de Euro Short Term Rate (€STR), zijnde de rente waartegen gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt (afgerond op 2 decimalen);
deposito: het creditbedrag op een aan een rekening-courant gekoppelde depositorekening van de schatkist van het Rijk, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover de rechtspersoon gedurende een vooraf vastgestelde periode niet vrij kan beschikken;
inleenrente: de rente waartegen de Staat zichzelf financiert op de (inter)nationale geld- en kapitaalmarkt via de uitgifte van Dutch Treasury Certificates en Dutch State Loans;
lening: de lening, bedoeld in de artikelen 5.5, eerste en tweede lid, en artikel 5.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016;
rechtspersoon: de rechtspersoon met een wettelijke of publieke taak en de rechtspersoon die publieke liquide middelen beheert, bedoeld in artikel 5.2, eerste en derde lid, respectievelijk 5.4 van de Comptabiliteitswet 2016;
rekening-courant: de rekening die een rechtspersoon bij de schatkist van het Rijk aanhoudt;
rekening-courantkrediet: het maximaal toegestane debetsaldo op een rekening-courant, bedoeld in artikel 5.5, eerste en derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016;
2. De begrippen van <a href="/wet/BWBR0039429/artikel/1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1 van de Comptabiliteitswet 2016</a>zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
actuele marktwaarde: de waarde die wordt berekend op basis van de actuele rente behorend bij de resterende looptijden van toekomstige kasstromen (rente en aflossing) van een deposito of lening;
betaalrekening: een rekening die de rechtspersoon bij een bank aanhoudt;
daggeldrente: de dagelijkse vaststelling door de Europese Centrale Bank van de Euro Short Term Rate (€STR), zijnde de rente waartegen gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt (afgerond op 2 decimalen);
deposito: het creditbedrag op een aan een rekening-courant gekoppelde depositorekening van de schatkist van het Rijk, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover de rechtspersoon gedurende een vooraf vastgestelde periode niet vrij kan beschikken;
inleenrente: de rente waartegen de Staat zichzelf financiert op de (inter)nationale geld- en kapitaalmarkt via de uitgifte van Dutch Treasury Certificates en Dutch State Loans;
lening: de lening, bedoeld in de artikelen 5.5, eerste en tweede lid, en artikel 5.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016;
rechtspersoon: de rechtspersoon met een wettelijke of publieke taak en de rechtspersoon die publieke liquide middelen beheert, bedoeld in artikel 5.2, eerste en derde lid, respectievelijk 5.4 van de Comptabiliteitswet 2016;
rekening-courant: de rekening die een rechtspersoon bij de schatkist van het Rijk aanhoudt;
rekening-courantkrediet: het maximaal toegestane debetsaldo op een rekening-courant, bedoeld in artikel 5.5, eerste en derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016;
2. De begrippen van <a href="/wet/BWBR0039429/artikel/1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1 van de Comptabiliteitswet 2016</a>zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.