BWBR0040255
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 1
Regeling vaststelling vrijstellingsbedrag inkomsten uit vermogen ingevolge wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen per 1 januari 2018
De bedragen, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945en bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, worden als volgt herzien:
a. wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet;
b. wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945;
c. het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, wordt vastgesteld op € 880,43 per jaar.
a. wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet;
b. wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945;
c. het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, wordt vastgesteld op € 880,43 per jaar.