BWBR0040218
Geldig vanaf 2017-11-23
Artikel 4
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal voor Agro en Natuur van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2017
1. Aan de MT-leden van een directie wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 per verplichting niet te boven gaat.
2. Aan de MT-leden van een directie wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings-, en ouderschapsverlof;
c. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken inzake de opleiding van personeel;
d. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties.
3. In uitzondering op het eerste en tweede lid, geldt het mandaat, de volmacht en de machtiging aan de MT-leden van een directie niet voor aangelegenheden op hun werkterrein:
1°. ten aanzien waarvan de directeur in een incidenteel geval mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door een MT-lid aan de directeur worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de directeur door een ander MT-lid moeten worden behandeld.
2. Aan de MT-leden van een directie wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings-, en ouderschapsverlof;
c. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken inzake de opleiding van personeel;
d. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties.
3. In uitzondering op het eerste en tweede lid, geldt het mandaat, de volmacht en de machtiging aan de MT-leden van een directie niet voor aangelegenheden op hun werkterrein:
1°. ten aanzien waarvan de directeur in een incidenteel geval mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door een MT-lid aan de directeur worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de directeur door een ander MT-lid moeten worden behandeld.