BWBR0040190
Geldig vanaf 2017-11-14
Artikel 1
Tijdelijke regeling mandaat, volmacht en machtiging ruimtelijke ontwikkeling, ruimtelijke ordening, de Omgevingswet en het Kadaster
Mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen die op 25 oktober 2017 van kracht waren ten behoeve van functionarissen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ten aanzien van de aangelegenheden op het terrein van de ruimtelijke ontwikkeling, ruimtelijke ordening, de Omgevingswet en het Kadaster, worden, voor zover het de bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreft, aangemerkt als mandaten, volmachten en machtigingen die zijn verleend door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan:
a. de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. de directeur-generaal Bestuur en Wonen;
c. de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving;
d. de directeur van de directie Ruimtelijke ontwikkeling;
e. de programmadirecteur van de programmadirectie Eenvoudig Beter;
f. de programmadirecteur Omgevingsrecht van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
g. de directeur van de directie Gebieden en Projecten;
h. de directeur van de directie Water en Bodem;
i. de directeur-generaal Rijkswaterstaat;
j. de hoofddirecteur van de hoofddirectie Financiën, Management en Control;
k. de functionarissen aan wie door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat en de directeuren, genoemd in de onderdelen d tot en met j, ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdelen betreffen.
a. de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. de directeur-generaal Bestuur en Wonen;
c. de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving;
d. de directeur van de directie Ruimtelijke ontwikkeling;
e. de programmadirecteur van de programmadirectie Eenvoudig Beter;
f. de programmadirecteur Omgevingsrecht van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
g. de directeur van de directie Gebieden en Projecten;
h. de directeur van de directie Water en Bodem;
i. de directeur-generaal Rijkswaterstaat;
j. de hoofddirecteur van de hoofddirectie Financiën, Management en Control;
k. de functionarissen aan wie door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat en de directeuren, genoemd in de onderdelen d tot en met j, ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdelen betreffen.