BWBR0040120
Geldig vanaf 2017-12-01
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Douane 2017
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van handboeien en/of korte wapenstok en/of pepperspray en/of vuurwapen.
2. Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de voorwaarden gesteld in het onderdeel semi-permanente ontheffing van bijlage H, van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar draagt bij de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs zoals vastgesteld in de bekendmaking model legitimatiebewijs Belastingdienst (d.d. 11 juni 2014, Staatscourant nr. 15855 van 11 juni 2014).
2. Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de voorwaarden gesteld in het onderdeel semi-permanente ontheffing van bijlage H, van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar draagt bij de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs zoals vastgesteld in de bekendmaking model legitimatiebewijs Belastingdienst (d.d. 11 juni 2014, Staatscourant nr. 15855 van 11 juni 2014).