BWBR0040086
Geldig vanaf 2017-10-20
Artikel 3
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken 2017
1. Aan de directeuren, divisiehoofden en de afdelingshoofden wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen het door de directieraad jaarlijks vastgesteld bedrag niet te boven gaat.
2. Aan de directeuren wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het op grond van artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenaren Reglementafnemen van eed of belofte van ambtenaren werkzaam voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
3. Aan de directeuren, de divisiehoofden en de afdelingshoofden wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;
c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
d. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken op het gebied van opleiding van personeel;
e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen en buiten de Europese Unie.
4. Aan de directeuren en divisiehoofden wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het ondertekenen van het personeelsgespreksverslag als bedoeld in de Regeling personeelsgesprek sector Rijk;
b. het werven en selecteren van interne en externe sollicitanten voor de vervulling van vacatures;
c. het aanstellen in tijdelijke en vaste dienst van medewerkers;
d. het beëindigen van het dienstverband van in tijdelijk en vaste dienst aangestelde medewerkers op aanvraag van de betrokkene (ontslag op eigen verzoek);
e. het inschakelen van uitzendkrachten en stagiairs;
f. het toekennen van de salarisschaal aan medewerkers in tijdelijke en vaste dienst;
g. het toekennen van een salarisverhoging binnen de functionele schaal;
h. het toekennen van een toelage in verband met het waarnemen van een hoger gewaardeerde functie;
i. het toekennen van een toelage in verband met het werken op ongebruikelijke uren, met uitzondering van het vaststellen van een afwijkende dan wel aanvullende regeling als bedoeld in artikel 17, negende lid, van het BBRA 1984;
j. het nemen van beslissingen inzake overwerk als bedoeld in artikel 23 BBRA 1984, met uitzondering van het elfde lid;
k. het nemen van beslissingen inzake woon-werkverkeer en het accorderen van tijdschrijfregistratie;
l. het accorderen dat een medewerker afwijkt van het maximaal over te boeken vakantieaanspraken;
m. het verlenen van verlof, buitengewoon verlof, zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, ouderschapverlof en de PAS-regeling;
n. het beslissen op aanvragen in P-Direkt, waaronder een aanvraag in het kader van IKAP;
o. het toekennen van een ambtsjubileumgratificatie;
p. het beslissen op een aanvraag in het kader van de geldende regels inzake scholingsfaciliteiten;
q. het opleggen van een verplichting tot het volgen van scholing;
r. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken op het gebied van opleiding van personeel;
s. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties voor deze en voor dienstreizen binnen en buiten de Europese Unie.
t. het uitvoering geven aan arbeidsgezondheidskundige begeleiding;
u. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen op grond van artikel 69 van het ARAR tot een bedrag van € 1000.
2. Aan de directeuren wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het op grond van artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenaren Reglementafnemen van eed of belofte van ambtenaren werkzaam voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
3. Aan de directeuren, de divisiehoofden en de afdelingshoofden wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;
c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
d. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken op het gebied van opleiding van personeel;
e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen en buiten de Europese Unie.
4. Aan de directeuren en divisiehoofden wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het ondertekenen van het personeelsgespreksverslag als bedoeld in de Regeling personeelsgesprek sector Rijk;
b. het werven en selecteren van interne en externe sollicitanten voor de vervulling van vacatures;
c. het aanstellen in tijdelijke en vaste dienst van medewerkers;
d. het beëindigen van het dienstverband van in tijdelijk en vaste dienst aangestelde medewerkers op aanvraag van de betrokkene (ontslag op eigen verzoek);
e. het inschakelen van uitzendkrachten en stagiairs;
f. het toekennen van de salarisschaal aan medewerkers in tijdelijke en vaste dienst;
g. het toekennen van een salarisverhoging binnen de functionele schaal;
h. het toekennen van een toelage in verband met het waarnemen van een hoger gewaardeerde functie;
i. het toekennen van een toelage in verband met het werken op ongebruikelijke uren, met uitzondering van het vaststellen van een afwijkende dan wel aanvullende regeling als bedoeld in artikel 17, negende lid, van het BBRA 1984;
j. het nemen van beslissingen inzake overwerk als bedoeld in artikel 23 BBRA 1984, met uitzondering van het elfde lid;
k. het nemen van beslissingen inzake woon-werkverkeer en het accorderen van tijdschrijfregistratie;
l. het accorderen dat een medewerker afwijkt van het maximaal over te boeken vakantieaanspraken;
m. het verlenen van verlof, buitengewoon verlof, zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, ouderschapverlof en de PAS-regeling;
n. het beslissen op aanvragen in P-Direkt, waaronder een aanvraag in het kader van IKAP;
o. het toekennen van een ambtsjubileumgratificatie;
p. het beslissen op een aanvraag in het kader van de geldende regels inzake scholingsfaciliteiten;
q. het opleggen van een verplichting tot het volgen van scholing;
r. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken op het gebied van opleiding van personeel;
s. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties voor deze en voor dienstreizen binnen en buiten de Europese Unie.
t. het uitvoering geven aan arbeidsgezondheidskundige begeleiding;
u. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen op grond van artikel 69 van het ARAR tot een bedrag van € 1000.