BWBR0040077
Geldig vanaf 2017-10-19
Artikel 6
Subsidieregeling Gelijke kansen in het onderwijs
1. De aanvraag, bedoeld in artikel 5, bevat een activiteitenplan en een begroting. De artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSzijn van overeenkomstige toepassing.
2. Onverminderd artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSbevat het activiteitenplan een overzicht van partijen die worden betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheden van deze partijen, alsmede een beschrijving van, ingeval de aanvraag ziet op subsidie voor:
a. kennisdelingsactiviteiten: het beoogde meetbare bereik van de activiteiten onder een specifieke doelgroep die ten minste gemeenten of andere onderwijsinstellingen omvat, en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het delen van kennis en het bevorderen van samenwerken op het gebied van kansengelijkheid in het onderwijs;
b. een interventie: het beoogd aantal leerlingen dan wel studenten dat betrokken is bij de interventie, de verhouding tussen de voorgestelde activiteiten en de bestaande lokale of regionale aanpak ter bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs, en de wijze van monitoring van de interventie en van de rol en verantwoordelijkheden van partijen die bij de monitoring van de interventie betrokken zijn; of
c. onderzoek: de aanleiding, onderzoeksopzet en methodologie van het onderzoek, waaruit blijkt welke interventie wordt onderzocht.
3. De aanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsovereenkomst met een gemeente en ten minste een bevoegd gezag dan wel instellingsbestuur van een andere onderwijsinstelling, of van een samenwerkingsovereenkomst met tenminste een bevoegd gezag dan wel instellingsbestuur van een andere onderwijsinstelling en een intentieverklaring van een gemeente waaruit diens voornemen blijkt tot samenwerking gedurende de looptijd van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
4. Ingeval de aanvraag ziet op een interventie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een verklaring van cofinanciering waaruit blijkt dat de subsidiabele kosten van de interventie voor minimaal drieëndertig procent worden gefinancierd door middel van cofinanciering.
5. Ingeval de aanvraag ziet op onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, is tevens een kennisinstelling partij bij de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het derde lid.
6. Bij het indienen van een samenwerkingsovereenkomst, een intentieverklaring of een verklaring van cofinanciering wordt gebruik gemaakt van het model dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl.
2. Onverminderd artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSbevat het activiteitenplan een overzicht van partijen die worden betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheden van deze partijen, alsmede een beschrijving van, ingeval de aanvraag ziet op subsidie voor:
a. kennisdelingsactiviteiten: het beoogde meetbare bereik van de activiteiten onder een specifieke doelgroep die ten minste gemeenten of andere onderwijsinstellingen omvat, en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het delen van kennis en het bevorderen van samenwerken op het gebied van kansengelijkheid in het onderwijs;
b. een interventie: het beoogd aantal leerlingen dan wel studenten dat betrokken is bij de interventie, de verhouding tussen de voorgestelde activiteiten en de bestaande lokale of regionale aanpak ter bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs, en de wijze van monitoring van de interventie en van de rol en verantwoordelijkheden van partijen die bij de monitoring van de interventie betrokken zijn; of
c. onderzoek: de aanleiding, onderzoeksopzet en methodologie van het onderzoek, waaruit blijkt welke interventie wordt onderzocht.
3. De aanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsovereenkomst met een gemeente en ten minste een bevoegd gezag dan wel instellingsbestuur van een andere onderwijsinstelling, of van een samenwerkingsovereenkomst met tenminste een bevoegd gezag dan wel instellingsbestuur van een andere onderwijsinstelling en een intentieverklaring van een gemeente waaruit diens voornemen blijkt tot samenwerking gedurende de looptijd van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
4. Ingeval de aanvraag ziet op een interventie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een verklaring van cofinanciering waaruit blijkt dat de subsidiabele kosten van de interventie voor minimaal drieëndertig procent worden gefinancierd door middel van cofinanciering.
5. Ingeval de aanvraag ziet op onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, is tevens een kennisinstelling partij bij de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het derde lid.
6. Bij het indienen van een samenwerkingsovereenkomst, een intentieverklaring of een verklaring van cofinanciering wordt gebruik gemaakt van het model dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl.