BWBR0039967
Geldig vanaf 2017-09-12
Artikel 3e
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Toezicht 2017
1. De vakgroep P&P draagt ten behoeve van het aansturen of ondersteunen van programma’s en projecten zorg voor het voorzien in vakbekwame programmamanagers, projectleiders of programma- en projectsecretarissen en verleent ondersteuning van projecten van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
2. Van de taak, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd de programmamanagers op tactisch niveau, die rechtstreeks ressorteren onder de directeur.
3. De programmamanagers op operationeel niveau zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het opdrachtnemerschap van een of meerdere programma’s;
b. de ontwikkeling van het programmaplan en ontwikkeling of doorontwikkeling van de doelenboom en interventiemix;
c. het aansturen op de realisatie van de programmadoelen binnen de daarvoor gegeven kaders, waaronder begrepen tijd, geld en capaciteit, in het vastgestelde programmaplan;
d. het oog houden voor de bijdrage van het programma aan doelstellingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie, het daarop bijsturen en het daartoe leggen van verbinding met andere programma’s;
e. het functioneel aansturen van de medewerkers die onderdeel zijn van het programmateam, waaronder de projectleiders;
f. het in de P&C-cyclus op programmaniveau aan de opdrachtgever uitbrengen van rapporten waarin de output is gekoppeld aan doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten;
g. het samen met de projectleiders uitvoeren van de personeelszorg en het optreden als referent voor de personeelsgesprekken;
h. het zorg dragen voor programmaspecifieke kennisontwikkeling en het actief afstemmen met de betreffende vakgroep(en);
i. het onderhouden van de relevante externe contacten met samenwerkingspartners op operationeel niveau;
j. het als operationeel manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
4. De projectleiders zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het opdrachtnemerschap van een of meerdere projecten;
b. het sturen op de realisatie van de projectdoelen; indien het project onderdeel is van een programma, rapporteert de projectleider aan de programmamanager dan wel aan de opdrachtgever;
c. het functioneel aansturen van de medewerkers die onderdeel zijn van het projectteam en het vorm geven aan de personele zorg voor zover passend binnen het project; de projectleider is referent voor de personeelsgesprekken van medewerkers die de projectleider functioneel aanstuurt;
d. de volgende taken in verband met projecten: 1°. het opstellen van het projectplan, het uitvoeren of doen uitvoeren van het projectplan, het opstellen of doen opstellen van projectrapportages;
2°. het behalen van resultaten op operationeel niveau;
3°. de handhavingscorrespondentie betreffende projecten die de projectleider zelf uitvoert;
4°. het zorgdragen voor de bij het project behorende communicatie;
1°. het opstellen van het projectplan, het uitvoeren of doen uitvoeren van het projectplan, het opstellen of doen opstellen van projectrapportages;
2°. het behalen van resultaten op operationeel niveau;
3°. de handhavingscorrespondentie betreffende projecten die de projectleider zelf uitvoert;
4°. het zorgdragen voor de bij het project behorende communicatie;
e. het aansturen op een optimale bijdrage van het project aan de programmadoelen en het daartoe leggen van verbinding met andere projecten;
f. het als operationeel manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
2. Van de taak, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd de programmamanagers op tactisch niveau, die rechtstreeks ressorteren onder de directeur.
3. De programmamanagers op operationeel niveau zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het opdrachtnemerschap van een of meerdere programma’s;
b. de ontwikkeling van het programmaplan en ontwikkeling of doorontwikkeling van de doelenboom en interventiemix;
c. het aansturen op de realisatie van de programmadoelen binnen de daarvoor gegeven kaders, waaronder begrepen tijd, geld en capaciteit, in het vastgestelde programmaplan;
d. het oog houden voor de bijdrage van het programma aan doelstellingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie, het daarop bijsturen en het daartoe leggen van verbinding met andere programma’s;
e. het functioneel aansturen van de medewerkers die onderdeel zijn van het programmateam, waaronder de projectleiders;
f. het in de P&C-cyclus op programmaniveau aan de opdrachtgever uitbrengen van rapporten waarin de output is gekoppeld aan doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten;
g. het samen met de projectleiders uitvoeren van de personeelszorg en het optreden als referent voor de personeelsgesprekken;
h. het zorg dragen voor programmaspecifieke kennisontwikkeling en het actief afstemmen met de betreffende vakgroep(en);
i. het onderhouden van de relevante externe contacten met samenwerkingspartners op operationeel niveau;
j. het als operationeel manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
4. De projectleiders zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het opdrachtnemerschap van een of meerdere projecten;
b. het sturen op de realisatie van de projectdoelen; indien het project onderdeel is van een programma, rapporteert de projectleider aan de programmamanager dan wel aan de opdrachtgever;
c. het functioneel aansturen van de medewerkers die onderdeel zijn van het projectteam en het vorm geven aan de personele zorg voor zover passend binnen het project; de projectleider is referent voor de personeelsgesprekken van medewerkers die de projectleider functioneel aanstuurt;
d. de volgende taken in verband met projecten: 1°. het opstellen van het projectplan, het uitvoeren of doen uitvoeren van het projectplan, het opstellen of doen opstellen van projectrapportages;
2°. het behalen van resultaten op operationeel niveau;
3°. de handhavingscorrespondentie betreffende projecten die de projectleider zelf uitvoert;
4°. het zorgdragen voor de bij het project behorende communicatie;
1°. het opstellen van het projectplan, het uitvoeren of doen uitvoeren van het projectplan, het opstellen of doen opstellen van projectrapportages;
2°. het behalen van resultaten op operationeel niveau;
3°. de handhavingscorrespondentie betreffende projecten die de projectleider zelf uitvoert;
4°. het zorgdragen voor de bij het project behorende communicatie;
e. het aansturen op een optimale bijdrage van het project aan de programmadoelen en het daartoe leggen van verbinding met andere projecten;
f. het als operationeel manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie.