BWBR0039887
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 5
Regeling uitrusting Defensie
1. De minister kan bepalen dat de militair – niet behorende tot het commando der Koninklijke marechaussee – die voor onbepaalde tijd wordt tewerkgesteld bij een onderdeel van een ander krijgsmachtdeel dan dat waartoe hij behoort, moet beschikken over de gehele of gedeeltelijke PGU, – de tot gelegenheidskleding behorende artikelen uitgezonderd – welke bij dat krijgsmachtdeel geldt voor de groep van militairen waartoe hij alsdan geacht wordt te behoren.
2. De minister kan bepalen dat de militair die bij een onderdeel van een ander krijgsmachtdeel dan dat waartoe hij behoort in opleiding is, met het doel om na het met gunstig resultaat beëindigen van die opleiding ingedeeld te worden bij dat krijgsmachtdeel, mede moet beschikken over de gehele dan wel gedeeltelijke PGU, welke geldt voor de groep van militairen waartoe hij alsdan geacht wordt te behoren.
2. De minister kan bepalen dat de militair die bij een onderdeel van een ander krijgsmachtdeel dan dat waartoe hij behoort in opleiding is, met het doel om na het met gunstig resultaat beëindigen van die opleiding ingedeeld te worden bij dat krijgsmachtdeel, mede moet beschikken over de gehele dan wel gedeeltelijke PGU, welke geldt voor de groep van militairen waartoe hij alsdan geacht wordt te behoren.