BWBR0039866
Geldig vanaf 2017-10-01
Artikel 2
Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity
1. Onze Minister heeft, ter voorkoming of beperking van het uitvallen van de beschikbaarheid of het verlies van integriteit van informatiesystemen van vitale aanbieders, en van andere aanbieders die onderdeel zijn van de rijksoverheid, en ter verdere versterking van de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving, de volgende taken:
a. het bijstaan van deze aanbieders bij het treffen van maatregelen om de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van hun producten of diensten te waarborgen of te herstellen;
b. het informeren en adviseren van deze aanbieders en anderen in en buiten Nederland over dreigingen en incidenten met betrekking tot de in de aanhef bedoelde informatiesystemen;
c. het verrichten van analyses en technisch onderzoek ten behoeve van de onder a en b genoemde taken, naar aanleiding van de onder b bedoelde dreigingen en incidenten of aanwijzingen daarvoor, niet zijnde onderzoek naar personen of organisaties die voor die dreigingen of incidenten verantwoordelijk zijn of die daar anderszins aan bijdragen of hebben bijgedragen.
2. Voorts heeft Onze Minister, ter voorkoming van nadelige maatschappelijke gevolgen, tot taak: het verstrekken van ingevolge het eerste lid, onderdeel c, verkregen gegevens over dreigingen en incidenten met betrekking tot andere informatiesystemen dan bedoeld in de aanhef van het eerste lid aan:
a. organisaties die objectief kenbaar tot taak hebben om andere organisaties of het publiek daarover te informeren;
b. computercrisisteams, aangewezen bij regeling van Onze Minister of behorend tot een bij die regeling aangewezen categorie;
c. aanbieders van internettoegangs- en internetcommunicatiediensten ten behoeve van het informeren van gebruikers van die diensten.
a. het bijstaan van deze aanbieders bij het treffen van maatregelen om de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van hun producten of diensten te waarborgen of te herstellen;
b. het informeren en adviseren van deze aanbieders en anderen in en buiten Nederland over dreigingen en incidenten met betrekking tot de in de aanhef bedoelde informatiesystemen;
c. het verrichten van analyses en technisch onderzoek ten behoeve van de onder a en b genoemde taken, naar aanleiding van de onder b bedoelde dreigingen en incidenten of aanwijzingen daarvoor, niet zijnde onderzoek naar personen of organisaties die voor die dreigingen of incidenten verantwoordelijk zijn of die daar anderszins aan bijdragen of hebben bijgedragen.
2. Voorts heeft Onze Minister, ter voorkoming van nadelige maatschappelijke gevolgen, tot taak: het verstrekken van ingevolge het eerste lid, onderdeel c, verkregen gegevens over dreigingen en incidenten met betrekking tot andere informatiesystemen dan bedoeld in de aanhef van het eerste lid aan:
a. organisaties die objectief kenbaar tot taak hebben om andere organisaties of het publiek daarover te informeren;
b. computercrisisteams, aangewezen bij regeling van Onze Minister of behorend tot een bij die regeling aangewezen categorie;
c. aanbieders van internettoegangs- en internetcommunicatiediensten ten behoeve van het informeren van gebruikers van die diensten.