BWBR0039848
Geldig vanaf 2017-09-01
Artikel 6
Regeling open en online hoger onderwijs 2018–2022
1. Voor een aanvraag van een subsidie wordt het aanvraagformulier gebruikt dat beschikbaar is op
www.dus-i.nl.
2. Aanvragen gericht op doelstelling B worden door minimaal 2 samenwerkende instellingen voor hoger onderwijs gedaan.
3. Subsidieaanvragen worden jaarlijks uiterlijk op 15 december, of als deze datum in een weekend valt op de eerste daarop volgende werkdag, van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten starten, bij de minister ingediend. Aanvragen die na deze termijn worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
4. De aanvraag omvat een activiteitenplan en een begroting. Onverminderd artikel 3.4en 3.5. van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSbevat het activiteitenplan een beschrijving van het doel, de doelgroep, het beoogde resultaat en impact, het plan van aanpak van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, een planning en een overzicht van de projectorganisatie. De begroting wordt opgesteld per project met uitsplitsing naar deelnemende instellingen voor hoger onderwijs en bevat een overzicht van de voor het betreffende project geraamde materiële en personele inkomsten en uitgaven voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Ten aanzien van bekostigde instellingen zijn de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSvan overeenkomstige toepassing.
5. Een project heeft een looptijd van minimaal een jaar en maximaal twee jaar, waarbij voor doelstelling A het open online onderwijs minimaal een keer wordt uitgevoerd en voor doelstelling B het ontwikkelde of hergebruikte leermateriaal minimaal een keer in het onderwijs wordt toegepast.
6. De aanvraag moet voorzien zijn van een handtekening van zowel het aanvragende als het deelnemende bevoegd gezag, of van iemand die bevoegd is namens het bevoegd gezag te ondertekenen.
www.dus-i.nl.
2. Aanvragen gericht op doelstelling B worden door minimaal 2 samenwerkende instellingen voor hoger onderwijs gedaan.
3. Subsidieaanvragen worden jaarlijks uiterlijk op 15 december, of als deze datum in een weekend valt op de eerste daarop volgende werkdag, van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten starten, bij de minister ingediend. Aanvragen die na deze termijn worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
4. De aanvraag omvat een activiteitenplan en een begroting. Onverminderd artikel 3.4en 3.5. van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSbevat het activiteitenplan een beschrijving van het doel, de doelgroep, het beoogde resultaat en impact, het plan van aanpak van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, een planning en een overzicht van de projectorganisatie. De begroting wordt opgesteld per project met uitsplitsing naar deelnemende instellingen voor hoger onderwijs en bevat een overzicht van de voor het betreffende project geraamde materiële en personele inkomsten en uitgaven voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Ten aanzien van bekostigde instellingen zijn de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSvan overeenkomstige toepassing.
5. Een project heeft een looptijd van minimaal een jaar en maximaal twee jaar, waarbij voor doelstelling A het open online onderwijs minimaal een keer wordt uitgevoerd en voor doelstelling B het ontwikkelde of hergebruikte leermateriaal minimaal een keer in het onderwijs wordt toegepast.
6. De aanvraag moet voorzien zijn van een handtekening van zowel het aanvragende als het deelnemende bevoegd gezag, of van iemand die bevoegd is namens het bevoegd gezag te ondertekenen.