BWBR0039800
Geldig vanaf 20-07-2017
Artikel 4
Regeling Raadsman SZW 2017
1. De Raadsman SZW heeft op de in artikel 3 bedoelde gebieden in ieder geval de volgende taken en bevoegdheden:
a. het opvangen, begeleiden en van raad en advies dienen van de medewerker;
b. het adviseren over eventueel verder te nemen stappen en het behulpzaam zijn van de medewerker bij eventueel verder te nemen stappen;
c. het op verzoek van de medewerker onderzoeken of rechtspositionele regelingen juist zijn toegepast;
d. het in gesprek gaan met de betrokken medewerker of leidinggevende;
e. het op verzoek van de medewerker en diens leidinggevende bijwonen van gesprekken tussen die medewerker en diens leidinggevende;
f. het bemiddelen tussen partijen.
2. De Raadsman SZW is niet bevoegd in gevallen, bedoeld in artikel 9:8, eerste lid, onderdeel e, van de Algemene wet bestuursrecht.
a. het opvangen, begeleiden en van raad en advies dienen van de medewerker;
b. het adviseren over eventueel verder te nemen stappen en het behulpzaam zijn van de medewerker bij eventueel verder te nemen stappen;
c. het op verzoek van de medewerker onderzoeken of rechtspositionele regelingen juist zijn toegepast;
d. het in gesprek gaan met de betrokken medewerker of leidinggevende;
e. het op verzoek van de medewerker en diens leidinggevende bijwonen van gesprekken tussen die medewerker en diens leidinggevende;
f. het bemiddelen tussen partijen.
2. De Raadsman SZW is niet bevoegd in gevallen, bedoeld in artikel 9:8, eerste lid, onderdeel e, van de Algemene wet bestuursrecht.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039800
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl