BWBR0039796
Geldig vanaf 2017-08-01
Artikel 2
Besluit mandaat, volmacht en machtiging ANVS
1. Aan de ANVS wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. het aanvragen van een vergunning op grond van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PbEU 2009, L 134);
b. het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van hetgeen bij of krachtens de Kernenergiewet is bepaald;
c. artikelen 5, eerste lid, 6, 8, 11, eerste, derde, zesde, zevende en achtste lid, 12, eerste en tweede lid, 13, 18, 19, eerste, tweede en vierde lid, 22, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 25, tweede en derde lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en derde lid, 29, 30c, 31, tweede lid, en 35 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in verband met gereglementeerde beroepen als bedoeld in die wet, op het terrein van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming, de daarmee samenhangende crisisvoorbereiding, alsmede beveiliging en waarborgen;
d. de artikelen 5, derde lid, en 5a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen;
e. de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om goedkeuring als bedoeld in artikel 15f, eerste lid, van de Kernenergiewet.
2. Indien de minister de ANVS een algemene of bijzondere instructie geeft ter zake van de uitoefening van de in het eerste lid, onder b, gemandateerde bevoegdheid, doet de minister daarvan onverwijld mededeling in de Staatscourant.
a. het aanvragen van een vergunning op grond van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PbEU 2009, L 134);
b. het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van hetgeen bij of krachtens de Kernenergiewet is bepaald;
c. artikelen 5, eerste lid, 6, 8, 11, eerste, derde, zesde, zevende en achtste lid, 12, eerste en tweede lid, 13, 18, 19, eerste, tweede en vierde lid, 22, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 25, tweede en derde lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en derde lid, 29, 30c, 31, tweede lid, en 35 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in verband met gereglementeerde beroepen als bedoeld in die wet, op het terrein van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming, de daarmee samenhangende crisisvoorbereiding, alsmede beveiliging en waarborgen;
d. de artikelen 5, derde lid, en 5a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen;
e. de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om goedkeuring als bedoeld in artikel 15f, eerste lid, van de Kernenergiewet.
2. Indien de minister de ANVS een algemene of bijzondere instructie geeft ter zake van de uitoefening van de in het eerste lid, onder b, gemandateerde bevoegdheid, doet de minister daarvan onverwijld mededeling in de Staatscourant.