BWBR0039791
Geldig vanaf 19-07-2017
Artikel 6
Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies
1. Bij een aanvraag om een ontheffing worden in ieder geval de volgende documenten overgelegd:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
b. een plan van aanpak waarin ten minste beschreven wordt: 1° het aantal voertuigen dan wel samenstellen van voertuigen onder vermelding van de kentekens en de voertuigidentificatienummers dan wel, indien het een niet in Nederland geregistreerd voertuig betreft, de relevante toelatingsdocumenten;
2° het doel van de proef;
3° de datums waarop de proef plaats dient te vinden en de duur van de proef;
4° een routevoorstel.
1° het aantal voertuigen dan wel samenstellen van voertuigen onder vermelding van de kentekens en de voertuigidentificatienummers dan wel, indien het een niet in Nederland geregistreerd voertuig betreft, de relevante toelatingsdocumenten;
2° het doel van de proef;
3° de datums waarop de proef plaats dient te vinden en de duur van de proef;
4° een routevoorstel.
2. Voorts worden gedurende de behandeling van de aanvraag de volgende documenten overgelegd:
a. een functionele beschrijving van de geautomatiseerde functies;
b. een risico analyse en een beschrijving van het voorgenomen gebruik van het voertuig en de beheersing van de geautomatiseerde functionaliteiten, mede in relatie tot omgevingsfactoren en de route, die bestaat uit: 1° een EMC verklaring conform UN/ECE reglement 10 met betrekking tot het voertuig en de geautomatiseerde functionaliteiten dan wel een document waaruit blijkt dat de EMC risico’s op andere wijze adequaat zijn geborgd;
2° een beschreven werkwijze, volgens ISO26262 onderdeel 2.5-2.7, 3.5-3.8, 4.5-4.11, 8.7-8.8 als bedoelt in Bijlage I, dan wel daaraan gelijkwaardig;
1° een EMC verklaring conform UN/ECE reglement 10 met betrekking tot het voertuig en de geautomatiseerde functionaliteiten dan wel een document waaruit blijkt dat de EMC risico’s op andere wijze adequaat zijn geborgd;
2° een beschreven werkwijze, volgens ISO26262 onderdeel 2.5-2.7, 3.5-3.8, 4.5-4.11, 8.7-8.8 als bedoelt in Bijlage I, dan wel daaraan gelijkwaardig;
c. een adequaat verzekeringsbewijs met betrekking tot de proef;
d. een verklaring medewerking onderzoek proef;
e. een verklaring met betrekking tot de aanwezigheid van een apparaat voor de gegevensvastlegging dat in staat is om de gegevens te registreren afkomstig van de sensor- en controlesystemen gekoppeld aan de geautomatiseerde functies, evenals andere informatie met betrekking tot bewegingen van het voertuig dan wel de verbonden voertuigen.
3. Indien documenten als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in de lidstaat van de Europese Unie waar de voertuigen zijn of waren geregistreerd, dient hieruit te blijken dat deze een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer ten minste gelijkwaardig is.
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
b. een plan van aanpak waarin ten minste beschreven wordt: 1° het aantal voertuigen dan wel samenstellen van voertuigen onder vermelding van de kentekens en de voertuigidentificatienummers dan wel, indien het een niet in Nederland geregistreerd voertuig betreft, de relevante toelatingsdocumenten;
2° het doel van de proef;
3° de datums waarop de proef plaats dient te vinden en de duur van de proef;
4° een routevoorstel.
1° het aantal voertuigen dan wel samenstellen van voertuigen onder vermelding van de kentekens en de voertuigidentificatienummers dan wel, indien het een niet in Nederland geregistreerd voertuig betreft, de relevante toelatingsdocumenten;
2° het doel van de proef;
3° de datums waarop de proef plaats dient te vinden en de duur van de proef;
4° een routevoorstel.
2. Voorts worden gedurende de behandeling van de aanvraag de volgende documenten overgelegd:
a. een functionele beschrijving van de geautomatiseerde functies;
b. een risico analyse en een beschrijving van het voorgenomen gebruik van het voertuig en de beheersing van de geautomatiseerde functionaliteiten, mede in relatie tot omgevingsfactoren en de route, die bestaat uit: 1° een EMC verklaring conform UN/ECE reglement 10 met betrekking tot het voertuig en de geautomatiseerde functionaliteiten dan wel een document waaruit blijkt dat de EMC risico’s op andere wijze adequaat zijn geborgd;
2° een beschreven werkwijze, volgens ISO26262 onderdeel 2.5-2.7, 3.5-3.8, 4.5-4.11, 8.7-8.8 als bedoelt in Bijlage I, dan wel daaraan gelijkwaardig;
1° een EMC verklaring conform UN/ECE reglement 10 met betrekking tot het voertuig en de geautomatiseerde functionaliteiten dan wel een document waaruit blijkt dat de EMC risico’s op andere wijze adequaat zijn geborgd;
2° een beschreven werkwijze, volgens ISO26262 onderdeel 2.5-2.7, 3.5-3.8, 4.5-4.11, 8.7-8.8 als bedoelt in Bijlage I, dan wel daaraan gelijkwaardig;
c. een adequaat verzekeringsbewijs met betrekking tot de proef;
d. een verklaring medewerking onderzoek proef;
e. een verklaring met betrekking tot de aanwezigheid van een apparaat voor de gegevensvastlegging dat in staat is om de gegevens te registreren afkomstig van de sensor- en controlesystemen gekoppeld aan de geautomatiseerde functies, evenals andere informatie met betrekking tot bewegingen van het voertuig dan wel de verbonden voertuigen.
3. Indien documenten als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in de lidstaat van de Europese Unie waar de voertuigen zijn of waren geregistreerd, dient hieruit te blijken dat deze een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer ten minste gelijkwaardig is.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039791
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl