BWBR0039789
Geldig vanaf 1996-07-15
Artikel 10a
Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO)
1. De defensieambtenaar die gedurende ten minste 365 dagen heeft deelgenomen aan vredesoperaties dan wel humanitaire operaties als bedoeld in tabel 3 en 4 bij deze regeling, heeft aanspraak op een eenmalige gratificatie van € 1.000.
2. Voor de berekening van de periode bedoeld in het eerste lid worden slechts periodes van ten minste 30 dagen in beschouwing genomen.
3. In afwijking van het eerste lid worden voor de berekening van de periode bedoeld in het eerste lid ook deelnames aan vredes- of humanitaire missies in beschouwing genomen die voorafgaand aan de totstandkoming van deze regeling hebben plaatsgevonden.
4. De loonheffing en inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, die zijn verschuldigd over de in het eerste lid bedoelde gratificatie, komen voor rekening van Defensie.
2. Voor de berekening van de periode bedoeld in het eerste lid worden slechts periodes van ten minste 30 dagen in beschouwing genomen.
3. In afwijking van het eerste lid worden voor de berekening van de periode bedoeld in het eerste lid ook deelnames aan vredes- of humanitaire missies in beschouwing genomen die voorafgaand aan de totstandkoming van deze regeling hebben plaatsgevonden.
4. De loonheffing en inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, die zijn verschuldigd over de in het eerste lid bedoelde gratificatie, komen voor rekening van Defensie.