BWBR0039771
Geldig vanaf 2017-07-13
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling IGRAC 2016-2021
1. In aanvulling op de verplichtingen op grond van de Algemene wet bestuursrechtis de subsidieontvanger verplicht tot:
a. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de Minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;
b. het de Minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan projecten, producten of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;
c. het in acht nemen van het bij de subsidiebeschikking gevoegde controleprotocol;
d. het uitvoeren van de activiteiten op een neutrale, objectieve en niet-discriminatoire wijze;
e. het niet concurreren met de dienstverlening die op de markt door commerciële partijen wordt aangeboden bij het uitvoeren van de activiteiten;
f. het voor een ieder zonder onderscheid toegankelijk laten zijn van de activiteiten, alsmede de resultaten daarvan;
g. geen individuele ondernemingen te bevoordelen met de activiteiten en de resultaten van de activiteiten kosteloos publiekelijk ter beschikking te stellen;
h. opdrachtverlening aan derden op basis van transparante criteria en marktconforme tarieven;
i. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de Minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending;
j. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de Minister zodra aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; en
k. het vormen van een egalisatiereserve.
2. Indien naast de niet-economische activiteiten ook economische activiteiten worden verricht, dienen beide soorten activiteiten en de financiering ervan in de boekhouding te worden onderscheiden.
3. Tevens draagt de subsidieontvanger ervoor zorg dat:
a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde activiteiten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds; en
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de Algemenen wet bestuursrecht wordt uitgevoerd.
a. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de Minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;
b. het de Minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan projecten, producten of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;
c. het in acht nemen van het bij de subsidiebeschikking gevoegde controleprotocol;
d. het uitvoeren van de activiteiten op een neutrale, objectieve en niet-discriminatoire wijze;
e. het niet concurreren met de dienstverlening die op de markt door commerciële partijen wordt aangeboden bij het uitvoeren van de activiteiten;
f. het voor een ieder zonder onderscheid toegankelijk laten zijn van de activiteiten, alsmede de resultaten daarvan;
g. geen individuele ondernemingen te bevoordelen met de activiteiten en de resultaten van de activiteiten kosteloos publiekelijk ter beschikking te stellen;
h. opdrachtverlening aan derden op basis van transparante criteria en marktconforme tarieven;
i. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de Minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending;
j. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de Minister zodra aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; en
k. het vormen van een egalisatiereserve.
2. Indien naast de niet-economische activiteiten ook economische activiteiten worden verricht, dienen beide soorten activiteiten en de financiering ervan in de boekhouding te worden onderscheiden.
3. Tevens draagt de subsidieontvanger ervoor zorg dat:
a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde activiteiten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds; en
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de Algemenen wet bestuursrecht wordt uitgevoerd.