BWBR0039696
Geldig vanaf 2017-07-01
Artikel 1
Aanwijzingsregeling 2017 ex. artikelen 4, tweede lid, en 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrecht
1. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij de Bestuursstaf aangewezen:
a. bij de Defensiestaf: 1° de Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
3° de Sous Chef Internationale Militaire Samenwerking voor het personeel ressorterende onder de militaire attachés;
4° de Directeur Directie Operationeel Beleid, Behoeftestelling en Plannen;
5° de Directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling;
6°. de Directeur Directie Operaties;
1° de Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
3° de Sous Chef Internationale Militaire Samenwerking voor het personeel ressorterende onder de militaire attachés;
4° de Directeur Directie Operationeel Beleid, Behoeftestelling en Plannen;
5° de Directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling;
6°. de Directeur Directie Operaties;
b. bij de Hoofddirectie Personeel de plaatsvervangend Hoofddirecteur Personeel;
c. bij de Hoofddirectie Financiën en Control de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
d. voor het militaire personeel van de Bestuursstaf waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen de Commandant der Strijdkrachten.
2. Als andere militair, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtwordt bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als beklagmeerdere aangewezen de Directeur MIVD.
3. Als andere militair, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtwordt bij de Militaire Luchtvaartautoriteit als beklagmeerdere aangewezen de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten.
4. Als militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) aangewezen:
a. de Commandant Zeestrijdkrachten;
b. de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied.
5. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) aangewezen:
a. de plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten;
b. de Commandant van een schietserie;
c. de plaatsvervangend Commandant van het Staff Support Battalion van het Hoofdkwartier van 1 Duits/Nederlands Legerkorps (HQ 1(GE/NL) Corps);
d. de Senior National Staff Officer (NL) van HQ 1(GE/NL) Corps voor het personeel van het Staff Support Battalion en het CIS Battalion van HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
e. de Senior National Officer (NL) voor het Nederlandse personeel werkzaam bij HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
f. de Commandant 43 Brigade Verkenningseskadron (BVE) voor het OTK peloton.
6. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) aangewezen:
a. de Commandant Luchtstrijdkrachten;
b. de plaatsvervangend Commandant Luchtstrijdkrachten;
c. de Commandant van een onderdeel van het Commando Luchtstrijdkrachten;
d. de Commandant van het Defensie Helikopter Commando (DHC) voor het personeel werkzaam op DHC;
e. de Commandant van het Nederlands Administratief Korps Verenigde Staten (NAK VS) ten aanzien van de in de Verenigde Staten aanwezige commandanten van het detachement van het Commando Luchtstrijdkrachten.
f. de National Military Representative Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) tevens Commandant Nederlands Administratief Korps;
g. de plaatsvervangend Commandant basisdiensten van het Opleidingscentrum Koninklijke Luchtmacht;
h. de plaatsvervangend Commandant opleidingen van het Opleidingscentrum Koninklijke Luchtmacht.
7. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij de Koninklijke marechaussee aangewezen:
a. de Commandant Koninklijke marechaussee;
b. de Commandant LTC;
c. de Commandant OTC KMar.
8. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij de Defensie Materieel Organisatie aangewezen:
a. de plaatsvervangend Directeur Defensie Materieel Organisatie voor al het personeel waarvoor binnen de DMO geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
b. de plaatsvervangend Directeur Joint Informatievoorziening Commando (JIVC) voor het personeel van het JIVC en Operations.
9. In geval van uitzendingen worden als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtals beklagmeerdere aangewezen:
a. de Senior National Representative of de Commandant van het Nederlandse Contingentscommando (CONTCO) voor het personeel waarvoor ter plaatse geen beklagmeerdere aanwezig is, met uitzondering van het personeel van de Koninklijke marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel en met uitzondering van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
b. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO de tot straffen bevoegde meerdere is;
c. de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten voor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO in het betreffende uitzendgebied;
d. de Directeur Operaties van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
e. het Hoofd Afdeling Inlichtingenondersteuning van de MIVD voor het personeel rechtstreeks ressorterend onder het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
f. de plaatsvervangend Commandant der Koninklijke Marechaussee voor de Commandant van het detachement van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
g. de Directeur MIVD voor het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
h. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor geen Senior National Representative of Commandant van een Operationeel Commando is aangewezen.
a. bij de Defensiestaf: 1° de Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
3° de Sous Chef Internationale Militaire Samenwerking voor het personeel ressorterende onder de militaire attachés;
4° de Directeur Directie Operationeel Beleid, Behoeftestelling en Plannen;
5° de Directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling;
6°. de Directeur Directie Operaties;
1° de Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
3° de Sous Chef Internationale Militaire Samenwerking voor het personeel ressorterende onder de militaire attachés;
4° de Directeur Directie Operationeel Beleid, Behoeftestelling en Plannen;
5° de Directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling;
6°. de Directeur Directie Operaties;
b. bij de Hoofddirectie Personeel de plaatsvervangend Hoofddirecteur Personeel;
c. bij de Hoofddirectie Financiën en Control de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
d. voor het militaire personeel van de Bestuursstaf waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen de Commandant der Strijdkrachten.
2. Als andere militair, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtwordt bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als beklagmeerdere aangewezen de Directeur MIVD.
3. Als andere militair, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtwordt bij de Militaire Luchtvaartautoriteit als beklagmeerdere aangewezen de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten.
4. Als militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) aangewezen:
a. de Commandant Zeestrijdkrachten;
b. de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied.
5. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) aangewezen:
a. de plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten;
b. de Commandant van een schietserie;
c. de plaatsvervangend Commandant van het Staff Support Battalion van het Hoofdkwartier van 1 Duits/Nederlands Legerkorps (HQ 1(GE/NL) Corps);
d. de Senior National Staff Officer (NL) van HQ 1(GE/NL) Corps voor het personeel van het Staff Support Battalion en het CIS Battalion van HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
e. de Senior National Officer (NL) voor het Nederlandse personeel werkzaam bij HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
f. de Commandant 43 Brigade Verkenningseskadron (BVE) voor het OTK peloton.
6. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) aangewezen:
a. de Commandant Luchtstrijdkrachten;
b. de plaatsvervangend Commandant Luchtstrijdkrachten;
c. de Commandant van een onderdeel van het Commando Luchtstrijdkrachten;
d. de Commandant van het Defensie Helikopter Commando (DHC) voor het personeel werkzaam op DHC;
e. de Commandant van het Nederlands Administratief Korps Verenigde Staten (NAK VS) ten aanzien van de in de Verenigde Staten aanwezige commandanten van het detachement van het Commando Luchtstrijdkrachten.
f. de National Military Representative Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) tevens Commandant Nederlands Administratief Korps;
g. de plaatsvervangend Commandant basisdiensten van het Opleidingscentrum Koninklijke Luchtmacht;
h. de plaatsvervangend Commandant opleidingen van het Opleidingscentrum Koninklijke Luchtmacht.
7. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij de Koninklijke marechaussee aangewezen:
a. de Commandant Koninklijke marechaussee;
b. de Commandant LTC;
c. de Commandant OTC KMar.
8. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij de Defensie Materieel Organisatie aangewezen:
a. de plaatsvervangend Directeur Defensie Materieel Organisatie voor al het personeel waarvoor binnen de DMO geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
b. de plaatsvervangend Directeur Joint Informatievoorziening Commando (JIVC) voor het personeel van het JIVC en Operations.
9. In geval van uitzendingen worden als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtals beklagmeerdere aangewezen:
a. de Senior National Representative of de Commandant van het Nederlandse Contingentscommando (CONTCO) voor het personeel waarvoor ter plaatse geen beklagmeerdere aanwezig is, met uitzondering van het personeel van de Koninklijke marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel en met uitzondering van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
b. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO de tot straffen bevoegde meerdere is;
c. de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten voor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO in het betreffende uitzendgebied;
d. de Directeur Operaties van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
e. het Hoofd Afdeling Inlichtingenondersteuning van de MIVD voor het personeel rechtstreeks ressorterend onder het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
f. de plaatsvervangend Commandant der Koninklijke Marechaussee voor de Commandant van het detachement van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
g. de Directeur MIVD voor het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
h. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor geen Senior National Representative of Commandant van een Operationeel Commando is aangewezen.