BWBR0039687
Geldig vanaf 2018-07-24
Artikel 2
Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
1. Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluitwaarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van het gebruik van alcohol, worden aangewezen:
a. de ogen: bloeddoorlopen ogen;
b. de spraak: slecht articuleren, langzaam praten, niet goed uit de woorden kunnen komen of met dubbele tong praten;
c. de motoriek: niet in rechte lijn kunnen lopen, zwalken of onvast op de benen staan.
2. Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluitwaarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van het gebruik van een of meer van de in artikel 2 van het Besluitaangewezen stoffen of van een of meer andere stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994dan die stoffen of alcohol worden aangewezen:
a. de ogen: wijd opengesperde ogen, waterige of wazige ogen, bloeddoorlopen ogen, heen en weer of wegrollende ogen, hangende oogleden of trillende oogleden;
b. de pupillen: groter dan 5 millimeter of kleiner dan 2 mm bij daglicht of direct licht, kleiner dan 5 millimeter in het donker, of langzaam reagerend, knipperend of geen reactie vertonend;
c. de spraak: onsamenhangende taal, woordenvloed, stamelen of stotteren;
d. de motoriek: onvast ter been, trillen, zich veelvuldig krabben, wrijven of plukken aan de kleding of bewegingsdrang.
a. de ogen: bloeddoorlopen ogen;
b. de spraak: slecht articuleren, langzaam praten, niet goed uit de woorden kunnen komen of met dubbele tong praten;
c. de motoriek: niet in rechte lijn kunnen lopen, zwalken of onvast op de benen staan.
2. Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluitwaarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van het gebruik van een of meer van de in artikel 2 van het Besluitaangewezen stoffen of van een of meer andere stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994dan die stoffen of alcohol worden aangewezen:
a. de ogen: wijd opengesperde ogen, waterige of wazige ogen, bloeddoorlopen ogen, heen en weer of wegrollende ogen, hangende oogleden of trillende oogleden;
b. de pupillen: groter dan 5 millimeter of kleiner dan 2 mm bij daglicht of direct licht, kleiner dan 5 millimeter in het donker, of langzaam reagerend, knipperend of geen reactie vertonend;
c. de spraak: onsamenhangende taal, woordenvloed, stamelen of stotteren;
d. de motoriek: onvast ter been, trillen, zich veelvuldig krabben, wrijven of plukken aan de kleding of bewegingsdrang.