BWBR0039641
Geldig vanaf 2017-07-01
Artikel 4
Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang
1. Het kindercentrum verklaart zich bereid mee te werken aan onderzoeken in het kader van het experiment.
2. Het kindercentrum beschikt over:
a. een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, waaruit blijkt op welke wijze het kindercentrum de verantwoorde kinderopvang, bedoeld in artikel 1.49, eerste lid, zal waarborgen ondanks afwijking van artikel 1.55, eerste lid, van de wet. In het pedagogisch beleidsplan wordt daarbij in ieder geval opgenomen: 1°. een door het kindercentrum opgesteld rooster dat erin voorziet dat de dagopvang voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd, waarbij dit niet plaatsvindt gedurende de tijd die besteed wordt aan voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
2°. een communicatiestrategie richting ouders; en
3°. een plan voor participatie in meertalige netwerken;
1°. een door het kindercentrum opgesteld rooster dat erin voorziet dat de dagopvang voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd, waarbij dit niet plaatsvindt gedurende de tijd die besteed wordt aan voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
2°. een communicatiestrategie richting ouders; en
3°. een plan voor participatie in meertalige netwerken;
b. een document waaruit blijkt dat de oudercommissie instemt met deelname aan het experiment of, bij het ontbreken van een oudercommissie, dat de meerderheid van de ouders instemt met deelname aan het experiment; en
c. een kopie van een certificaat of diploma van de beroepskracht die belast is, dan wel de beroepskrachten die belast zijn, met meertalige dagopvang waaruit blijkt dat deze de Duitse, Engelse of Franse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, lezen, luisteren en spreken beheerst dan wel beheersen op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen.
2. Het kindercentrum beschikt over:
a. een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, waaruit blijkt op welke wijze het kindercentrum de verantwoorde kinderopvang, bedoeld in artikel 1.49, eerste lid, zal waarborgen ondanks afwijking van artikel 1.55, eerste lid, van de wet. In het pedagogisch beleidsplan wordt daarbij in ieder geval opgenomen: 1°. een door het kindercentrum opgesteld rooster dat erin voorziet dat de dagopvang voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd, waarbij dit niet plaatsvindt gedurende de tijd die besteed wordt aan voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
2°. een communicatiestrategie richting ouders; en
3°. een plan voor participatie in meertalige netwerken;
1°. een door het kindercentrum opgesteld rooster dat erin voorziet dat de dagopvang voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd, waarbij dit niet plaatsvindt gedurende de tijd die besteed wordt aan voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
2°. een communicatiestrategie richting ouders; en
3°. een plan voor participatie in meertalige netwerken;
b. een document waaruit blijkt dat de oudercommissie instemt met deelname aan het experiment of, bij het ontbreken van een oudercommissie, dat de meerderheid van de ouders instemt met deelname aan het experiment; en
c. een kopie van een certificaat of diploma van de beroepskracht die belast is, dan wel de beroepskrachten die belast zijn, met meertalige dagopvang waaruit blijkt dat deze de Duitse, Engelse of Franse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, lezen, luisteren en spreken beheerst dan wel beheersen op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen.