1.
Artikel 6a, tweede lid, van de Wet wapens en munitieis slechts van toepassing op degene aan wie sinds de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van deze wet, met toepassing van artikel 6a, eerste lid, van de Wet wapens en munitie een in dat artikellid genoemde ontheffing, erkenning of verlof is verleend.
2. Artikel 38a, tweede lid, van de Flora- en faunawet is slechts van toepassing op degene aan wie sinds de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van deze wet, met toepassing van artikel 38a, eerste lid, van de Flora- en faunawet een jachtakte als bedoeld in
artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Flora- en faunawetis verleend.
3.
Artikel 3.28a, tweede lid, van de Wet natuurbeschermingis slechts van toepassing op degene aan wie sinds de inwerkingtreding van artikel III, onderdeel A, van deze wet, met toepassing van artikel 3.28a, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een jachtakte als bedoeld in
artikel 3.26, eerste lid, onderdeel a, van de Wet natuurbeschermingis verleend.
4. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde is in het eerste jaar na inwerkingtreding van dit artikel niet van toepassing op degenen die op de dag van inwerkingtreding van deze wet wel de leeftijd van 25 jaar, maar nog niet de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt.
5. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde is in het tweede jaar na inwerkingtreding van dit artikel niet van toepassing op degenen die op de dag van inwerkingtreding van deze wet wel de leeftijd van 26 jaar, maar nog niet de leeftijd van 41 jaar hebben bereikt.