BWBR0039625
Geldig vanaf 2017-06-14
Artikel 11
Regeling nucleaire veiligheid kerninstallaties
1. De vergunninghouder van een kerninstallatie zorgt voor het continu verbeteren van de nucleaire veiligheid.
2. De vergunninghouder zorgt ervoor dat de nucleaire veiligheid van de kerninstallatie op systematische en verifieerbare wijze wordt onderzocht en geëvalueerd naar aanleiding van:
a. de eigen operationele bedrijfservaring, inclusief storingen, en interne signalen van werknemers;
b. relevante informatie verkregen bij andere kerninstallaties in binnen- en buitenland;
c. relevante ontwikkelingen en inzichten op het gebied van nucleaire veiligheid;
d. relevante resultaten uit onderzoeksprogramma’s.
3. Onverminderd het tweede lid verricht de vergunninghouder ten minste eens in de tien jaar een periodieke veiligheidsevaluatie, waarbij ten minste wordt beoordeeld of aan de ontwerpbasisvereisten wordt voldaan en nieuwe verbeteringen met het oog op de veiligheid worden geïdentificeerd.
4. Onderdeel van de veiligheidsevaluatie, bedoeld in het derde lid, zijn in elk geval:
a. de technische, organisatorische en administratieve voorzieningen met inbegrip van de procedures ter waarborging van de nucleaire veiligheid van de kerninstallatie;
b. de veroudering van de kerninstallatie;
c. de operationele ervaringen en de interne signalen van de werknemers;
d. de relevante informatie verkregen bij andere kerninstallaties in binnen- en buitenland, de relevante ontwikkelingen en inzichten op het gebied van nucleaire veiligheid en de relevante resultaten uit onderzoeksprogramma’s;
e. de maatregelen die zijn genomen ter voorkoming van ongevallen en de verdere beperking van de gevolgen ervan en de voorzieningen die zijn getroffen met het oog op verdediging in de diepte.
5. De Autoriteit kan, indien dat naar haar oordeel met het oog op de nucleaire veiligheid wenselijk is, de vergunninghouder verplichten om binnen het tijdvak van tien jaar tussentijds een periodieke veiligheidsevaluatie uit te voeren.
2. De vergunninghouder zorgt ervoor dat de nucleaire veiligheid van de kerninstallatie op systematische en verifieerbare wijze wordt onderzocht en geëvalueerd naar aanleiding van:
a. de eigen operationele bedrijfservaring, inclusief storingen, en interne signalen van werknemers;
b. relevante informatie verkregen bij andere kerninstallaties in binnen- en buitenland;
c. relevante ontwikkelingen en inzichten op het gebied van nucleaire veiligheid;
d. relevante resultaten uit onderzoeksprogramma’s.
3. Onverminderd het tweede lid verricht de vergunninghouder ten minste eens in de tien jaar een periodieke veiligheidsevaluatie, waarbij ten minste wordt beoordeeld of aan de ontwerpbasisvereisten wordt voldaan en nieuwe verbeteringen met het oog op de veiligheid worden geïdentificeerd.
4. Onderdeel van de veiligheidsevaluatie, bedoeld in het derde lid, zijn in elk geval:
a. de technische, organisatorische en administratieve voorzieningen met inbegrip van de procedures ter waarborging van de nucleaire veiligheid van de kerninstallatie;
b. de veroudering van de kerninstallatie;
c. de operationele ervaringen en de interne signalen van de werknemers;
d. de relevante informatie verkregen bij andere kerninstallaties in binnen- en buitenland, de relevante ontwikkelingen en inzichten op het gebied van nucleaire veiligheid en de relevante resultaten uit onderzoeksprogramma’s;
e. de maatregelen die zijn genomen ter voorkoming van ongevallen en de verdere beperking van de gevolgen ervan en de voorzieningen die zijn getroffen met het oog op verdediging in de diepte.
5. De Autoriteit kan, indien dat naar haar oordeel met het oog op de nucleaire veiligheid wenselijk is, de vergunninghouder verplichten om binnen het tijdvak van tien jaar tussentijds een periodieke veiligheidsevaluatie uit te voeren.