BWBR0039615
Geldig vanaf 2017-06-17
Artikel II
Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering (implementatie richtlijn Europees onderzoeksbevel)
A. De artikelen 5.4.1 tot en met 5.4.31 van het Wetboek van Strafvorderingtreden in de relatie met een andere lidstaat van de Europese Unie in de plaats van de artikelen 552h tot en met 552q, en 552jj tot en met 552vv van het Wetboek van Strafvorderingvoor zover ze handelen over hetzelfde onderwerp.
B. De artikelen 5.4.1 tot en met 5.4.31 van het Wetboek van Strafvorderingtreden in de relatie met de lidstaten van de Europese Unie, in de plaats van corresponderende bepalingen uit:
a. het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van de Raad van Europa van 20 april 1959, alsmede de twee aanvullende protocollen, en de overeenkomstig artikel 26 van dat verdrag gesloten bilaterale overeenkomsten;
b. de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord;
c. de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie en het bijbehorende protocol.
C. De onderdelen A en B blijven buiten toepassing in relatie tot een andere lidstaat van de Europese Unie voor zover en voor zolang die lidstaat niet de maatregelen heeft getroffen die noodzakelijk zijn om richtlijn 2014/41/EU uit te voeren.
D. Voor zover de Raad van de Europese Unie een besluit neemt dat afwijkt van de onderdelen A of B kan daaraan bij algemene maatregel van bestuur uitvoering worden gegeven.
E. De artikelen 552h tot en met 552q, en 552jj tot en met 552vv van het Wetboek van Strafvorderingen de in onderdeel B genoemde verdragen blijven van toepassing op de behandeling van een verzoek om rechtshulp en op de in verband daarmede te nemen beslissingen, in gevallen waarin de stukken betreffende dat verzoek vóór het tijdstip van het in werking treden van deze wet zijn ontvangen door de officier van justitie.
F. Een Europees onderzoeksbevel kan met toepassing van de artikelen 5.4.3, zesde lid, en 5.4.22, vierde lid, van het Wetboek van Strafvorderingworden uitgevaardigd ter aanvulling van een eerder uitgevaardigd bevel tot inbeslagneming als bedoeld in de artikelen 552jjen 552rr van het Wetboek van Strafvordering.
B. De artikelen 5.4.1 tot en met 5.4.31 van het Wetboek van Strafvorderingtreden in de relatie met de lidstaten van de Europese Unie, in de plaats van corresponderende bepalingen uit:
a. het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van de Raad van Europa van 20 april 1959, alsmede de twee aanvullende protocollen, en de overeenkomstig artikel 26 van dat verdrag gesloten bilaterale overeenkomsten;
b. de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord;
c. de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie en het bijbehorende protocol.
C. De onderdelen A en B blijven buiten toepassing in relatie tot een andere lidstaat van de Europese Unie voor zover en voor zolang die lidstaat niet de maatregelen heeft getroffen die noodzakelijk zijn om richtlijn 2014/41/EU uit te voeren.
D. Voor zover de Raad van de Europese Unie een besluit neemt dat afwijkt van de onderdelen A of B kan daaraan bij algemene maatregel van bestuur uitvoering worden gegeven.
E. De artikelen 552h tot en met 552q, en 552jj tot en met 552vv van het Wetboek van Strafvorderingen de in onderdeel B genoemde verdragen blijven van toepassing op de behandeling van een verzoek om rechtshulp en op de in verband daarmede te nemen beslissingen, in gevallen waarin de stukken betreffende dat verzoek vóór het tijdstip van het in werking treden van deze wet zijn ontvangen door de officier van justitie.
F. Een Europees onderzoeksbevel kan met toepassing van de artikelen 5.4.3, zesde lid, en 5.4.22, vierde lid, van het Wetboek van Strafvorderingworden uitgevaardigd ter aanvulling van een eerder uitgevaardigd bevel tot inbeslagneming als bedoeld in de artikelen 552jjen 552rr van het Wetboek van Strafvordering.