BWBR0039578
Geldig vanaf 2017-05-25
Artikel 13
Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017
1. In geval blijkens het bekendmakingsbesluit één FM-vergunning verdeeld wordt en de minister ten aanzien van die FM-vergunning vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, de aanvraag is afgewezen, of waarvan de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wetis geweigerd, slechts één aanvraag voldoet aan de in paragraaf 2van deze regeling gestelde eisen, vindt geen veiling van de FM-vergunning plaats en wordt die FM-vergunning aan de betreffende aanvrager om niet verleend.
2. In geval blijkens het bekendmakingsbesluit twee of meer FM-vergunningen worden verdeeld en de minister voor een FM-vergunning vaststelt dat, uitgezonderd de aanvraag die buiten behandeling is gesteld, de aanvraag die geheel is afgewezen, de aanvraag van de aanvrager aan wie de betrokken FM-vergunning gelet op artikel 2, eerste lid, niet kan worden verleend, of de aanvraag die op grond van artikel 3.18 van de wetis geweigerd, in slechts één aanvraag een voorkeur is uitgesproken voor die FM-vergunning, wordt die FM-vergunning aan de betreffende aanvrager om niet verleend.
3. Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een FM-vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een waarborgsom heeft verstrekt, wordt uiterlijk twee weken na de verlening van de FM-vergunning een bedrag van € 10.000,– aan de betrokken aanvrager teruggestort per FM-vergunning die hem om niet is verleend. De minister vergoedt aan de aanvrager rente over dat bedrag over de periode vanaf de dag dat hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid, onderdeel a, tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag gestort als de dag waarop de waarborgsom wordt terugstort.
4. Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, uiterlijk twee weken na de verdeling van de betrokken FM-vergunning aan de bank van de aanvrager een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt, indien als gevolg van de verlening om niet:
a. ten aanzien van geen enkele FM-vergunning op grond van het vijfde lid de noodzaak van veilen is komen vast te staan, of
b. de betrokken aanvrager, gelet op het bepaalde in artikel 14, derde lid, niet over voldoende activiteitspunten beschikt om toegelaten te worden tot de veiling.
5. Ten aanzien van een FM-vergunning die blijkens het bekendmakingsbesluit wordt verdeeld en die niet op grond van het eerste of tweede lid om niet wordt verleend, is de noodzaak van veilen komen vast te staan.
2. In geval blijkens het bekendmakingsbesluit twee of meer FM-vergunningen worden verdeeld en de minister voor een FM-vergunning vaststelt dat, uitgezonderd de aanvraag die buiten behandeling is gesteld, de aanvraag die geheel is afgewezen, de aanvraag van de aanvrager aan wie de betrokken FM-vergunning gelet op artikel 2, eerste lid, niet kan worden verleend, of de aanvraag die op grond van artikel 3.18 van de wetis geweigerd, in slechts één aanvraag een voorkeur is uitgesproken voor die FM-vergunning, wordt die FM-vergunning aan de betreffende aanvrager om niet verleend.
3. Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een FM-vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een waarborgsom heeft verstrekt, wordt uiterlijk twee weken na de verlening van de FM-vergunning een bedrag van € 10.000,– aan de betrokken aanvrager teruggestort per FM-vergunning die hem om niet is verleend. De minister vergoedt aan de aanvrager rente over dat bedrag over de periode vanaf de dag dat hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid, onderdeel a, tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag gestort als de dag waarop de waarborgsom wordt terugstort.
4. Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, uiterlijk twee weken na de verdeling van de betrokken FM-vergunning aan de bank van de aanvrager een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt, indien als gevolg van de verlening om niet:
a. ten aanzien van geen enkele FM-vergunning op grond van het vijfde lid de noodzaak van veilen is komen vast te staan, of
b. de betrokken aanvrager, gelet op het bepaalde in artikel 14, derde lid, niet over voldoende activiteitspunten beschikt om toegelaten te worden tot de veiling.
5. Ten aanzien van een FM-vergunning die blijkens het bekendmakingsbesluit wordt verdeeld en die niet op grond van het eerste of tweede lid om niet wordt verleend, is de noodzaak van veilen komen vast te staan.