BWBR0039526
Geldig vanaf 2017-05-05
Artikel 4
Regeling compensatie langere inschrijvingsduur
1. De aanvullende bekostiging wordt zonder aanvraag verstrekt aan het bevoegd gezag van een instelling indien op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende bekostigingsjaar waarvoor de aanvullende middelen als bedoeld in artikel 3beschikbaar zijn, minimaal 20% van het totaal ingeschreven aantal deelnemers in een beroepsopleiding bij die instelling:
a. geen diploma voortgezet onderwijs dan wel een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, heeft, en
b. aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoet: i. na het met goed gevolg afsluiten van een beroepsopleiding is ingeschreven bij een beroepsopleiding op een hoger niveau;
ii. minimaal één jaar langer dan de door het bevoegd gezag vastgestelde studieduur van de huidige beroepsopleiding staat ingeschreven bij die beroepsopleiding; of
iii. in voorgaande jaren is uitgeschreven bij een beroepsopleiding zonder deze opleiding met goed gevolg afgerond te hebben en binnen een periode van maximaal 3 jaar opnieuw is ingeschreven bij een beroepsopleiding.
i. na het met goed gevolg afsluiten van een beroepsopleiding is ingeschreven bij een beroepsopleiding op een hoger niveau;
ii. minimaal één jaar langer dan de door het bevoegd gezag vastgestelde studieduur van de huidige beroepsopleiding staat ingeschreven bij die beroepsopleiding; of
iii. in voorgaande jaren is uitgeschreven bij een beroepsopleiding zonder deze opleiding met goed gevolg afgerond te hebben en binnen een periode van maximaal 3 jaar opnieuw is ingeschreven bij een beroepsopleiding.
2. Met het hebben van een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, anders dan de basisberoepsgerichte leerweg, wordt in deze regeling gelijkgesteld degene die de eerste drie of meer leerjaren van een school voor algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met gunstig gevolg heeft doorlopen.
3. Indien de vooropleiding van een deelnemer niet geregistreerd is in het basisregister onderwijs, wordt deze deelnemer geacht niet te hebben voldaan aan de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, onder a.
4. De minister berekent het in artikel 3genoemde bedrag volgens de formule:
waarbij wordt verstaan onder:
IDLV: het aantal ingeschreven deelnemers dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, onder a en b en 20% of meer bedraagt van het totaal aantal ingeschreven deelnemers;
LDLV: het totaal van het aantal ingeschreven deelnemers dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, onder a en b zijnde de som van het aantal ingeschreven deelnemers die voldoen aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid van alle instellingen;
LBLV: het landelijk beschikbare budget bedoeld in artikel 3.
5. De uitkomst van de berekening op grond van het vierde lid wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
6. De aanvullende bekostiging wordt direct vastgesteld.
7. De aanvullende bekostiging kan ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
a. geen diploma voortgezet onderwijs dan wel een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, heeft, en
b. aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoet: i. na het met goed gevolg afsluiten van een beroepsopleiding is ingeschreven bij een beroepsopleiding op een hoger niveau;
ii. minimaal één jaar langer dan de door het bevoegd gezag vastgestelde studieduur van de huidige beroepsopleiding staat ingeschreven bij die beroepsopleiding; of
iii. in voorgaande jaren is uitgeschreven bij een beroepsopleiding zonder deze opleiding met goed gevolg afgerond te hebben en binnen een periode van maximaal 3 jaar opnieuw is ingeschreven bij een beroepsopleiding.
i. na het met goed gevolg afsluiten van een beroepsopleiding is ingeschreven bij een beroepsopleiding op een hoger niveau;
ii. minimaal één jaar langer dan de door het bevoegd gezag vastgestelde studieduur van de huidige beroepsopleiding staat ingeschreven bij die beroepsopleiding; of
iii. in voorgaande jaren is uitgeschreven bij een beroepsopleiding zonder deze opleiding met goed gevolg afgerond te hebben en binnen een periode van maximaal 3 jaar opnieuw is ingeschreven bij een beroepsopleiding.
2. Met het hebben van een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, anders dan de basisberoepsgerichte leerweg, wordt in deze regeling gelijkgesteld degene die de eerste drie of meer leerjaren van een school voor algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met gunstig gevolg heeft doorlopen.
3. Indien de vooropleiding van een deelnemer niet geregistreerd is in het basisregister onderwijs, wordt deze deelnemer geacht niet te hebben voldaan aan de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, onder a.
4. De minister berekent het in artikel 3genoemde bedrag volgens de formule:
waarbij wordt verstaan onder:
IDLV: het aantal ingeschreven deelnemers dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, onder a en b en 20% of meer bedraagt van het totaal aantal ingeschreven deelnemers;
LDLV: het totaal van het aantal ingeschreven deelnemers dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, onder a en b zijnde de som van het aantal ingeschreven deelnemers die voldoen aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid van alle instellingen;
LBLV: het landelijk beschikbare budget bedoeld in artikel 3.
5. De uitkomst van de berekening op grond van het vierde lid wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
6. De aanvullende bekostiging wordt direct vastgesteld.
7. De aanvullende bekostiging kan ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.