BWBR0039490
Geldig vanaf 2017-04-25
Artikel 5
Regeling toekenning Jos Brinkprijs
Bij de vaststelling van haar advies en kandidaatstelling gaat de jury als volgt te werk:
1. De secretaris stelt een voorlopige kandidatenlijst op van de personen, groepen of instellingen, die zijn aangemeld voor de Jos Brink oeuvreprijs, respectievelijk de Jos Brink innovatieprijs als bedoeld in artikel 4. De lijsten kunnen worden aangevuld met personen die door de juryleden zelf worden aangedragen.
2. Ieder jurylid brengt per lijst een stem uit op ten hoogste vijf personen, groepen of instellingen van wie hij van mening is dat deze het meest voor de Jos Brink oeuvreprijs respectievelijk de Jos Brink innovatieprijs in aanmerking komen gelet op de selectiecriteria opgenomen in de bijlage bij de regeling, rekening houdend met de eisen aan de voordracht, bedoeld in artikel 8. De juryleden kunnen zich onthouden van stemmen.
3. De secretaris telt per lijst de stemmen en stelt een definitieve kandidatenlijst op van ten hoogste tien kandidaten voor de Jos Brink oeuvreprijs, respectievelijk de Jos Brinkinnovatieprijs, in de volgorde van degenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht.
4. De jury beraadslaagt zo nodig één of meerdere keren over de definitieve kandidatenlijsten. Na afronding van de beraadslagingen stemt ieder jurylid op die persoon, groep of instelling, die hij aan de minister wenst voor te dragen voor toekenning van de Jos Brink oeuvreprijs, respectievelijk de Jos Brink innovatieprijs.
5. Over de kandidaten die aan de minister worden voorgedragen wordt bij meerderheid van stemmen beslist.
6. Indien de telling van de stemmen niet leidt tot één kandidaat voor de Jos Brink oeuvreprijs of één kandidaat voor de Jos Brink innovatieprijs vindt herstemming plaats over die kandidaten op wie een of meer stemmen zijn uitgebracht. Indien ook herstemming niet leidt tot één kandidaat voor één of beide prijzen beslist de voorzitter over de voordracht aan de minister.
1. De secretaris stelt een voorlopige kandidatenlijst op van de personen, groepen of instellingen, die zijn aangemeld voor de Jos Brink oeuvreprijs, respectievelijk de Jos Brink innovatieprijs als bedoeld in artikel 4. De lijsten kunnen worden aangevuld met personen die door de juryleden zelf worden aangedragen.
2. Ieder jurylid brengt per lijst een stem uit op ten hoogste vijf personen, groepen of instellingen van wie hij van mening is dat deze het meest voor de Jos Brink oeuvreprijs respectievelijk de Jos Brink innovatieprijs in aanmerking komen gelet op de selectiecriteria opgenomen in de bijlage bij de regeling, rekening houdend met de eisen aan de voordracht, bedoeld in artikel 8. De juryleden kunnen zich onthouden van stemmen.
3. De secretaris telt per lijst de stemmen en stelt een definitieve kandidatenlijst op van ten hoogste tien kandidaten voor de Jos Brink oeuvreprijs, respectievelijk de Jos Brinkinnovatieprijs, in de volgorde van degenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht.
4. De jury beraadslaagt zo nodig één of meerdere keren over de definitieve kandidatenlijsten. Na afronding van de beraadslagingen stemt ieder jurylid op die persoon, groep of instelling, die hij aan de minister wenst voor te dragen voor toekenning van de Jos Brink oeuvreprijs, respectievelijk de Jos Brink innovatieprijs.
5. Over de kandidaten die aan de minister worden voorgedragen wordt bij meerderheid van stemmen beslist.
6. Indien de telling van de stemmen niet leidt tot één kandidaat voor de Jos Brink oeuvreprijs of één kandidaat voor de Jos Brink innovatieprijs vindt herstemming plaats over die kandidaten op wie een of meer stemmen zijn uitgebracht. Indien ook herstemming niet leidt tot één kandidaat voor één of beide prijzen beslist de voorzitter over de voordracht aan de minister.