BWBR0039424
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 3
Regeling voorwaarden en publicatie stukloonnorm
1. Een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie of organisaties van werkgevers, bedoeld in artikel 12a, derde lid, onderdeel b, van de wet, brengt het voornemen onderscheidenlijk brengen hun voornemen ten aanzien van specifieke werkzaamheden een stukloonnorm aan de Stichting van de Arbeid te verstrekken, ter kennis aan de Stichting van de Arbeid.
2. De Stichting van de Arbeid stelt binnen vier weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, een toetsingscommissie in, tenzij de partijen vertegenwoordigd in de Stichting van de Arbeid na een marginale beoordeling van een voorgenomen stukloonnorm unaniem van oordeel zijn dat in redelijkheid niet kan worden voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet.
3. Een toetsingscommissie bestaat uit drie of vijf leden. De Stichting van de Arbeid kan voor ieder lid een plaatsvervanger benoemen.
4. De voorzitter van de toetsingscommissie is onafhankelijk van de werkgeversorganisatie of werkgeversorganisaties, bedoeld in het eerste lid, en de werknemersorganisatie of werknemersorganisaties in de bedrijfstak waarin een stukloonnorm wordt voorgesteld. De overige leden zijn, indien zij niet onafhankelijk zijn, in aantal gelijk verdeeld tussen vertegenwoordigers van één of meerdere werkgeversorganisaties en vertegenwoordigers van één of meerdere werknemersorganisaties in de bedrijfstak waarin een stukloonnorm wordt voorgesteld.
5. Een lid van een toetsingscommissie heeft bewezen kennis en kunde van de bedrijfstak of een onderdeel hiervan en de werkzaamheden waarvoor een stukloonnorm wordt voorgesteld. In afwijking van de eerste zin, kan in het reglement, bedoeld in artikel 5, ten aanzien van een of meerdere leden een andere deskundigheid als bedoeld in de eerste zin worden bepaald.
2. De Stichting van de Arbeid stelt binnen vier weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, een toetsingscommissie in, tenzij de partijen vertegenwoordigd in de Stichting van de Arbeid na een marginale beoordeling van een voorgenomen stukloonnorm unaniem van oordeel zijn dat in redelijkheid niet kan worden voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet.
3. Een toetsingscommissie bestaat uit drie of vijf leden. De Stichting van de Arbeid kan voor ieder lid een plaatsvervanger benoemen.
4. De voorzitter van de toetsingscommissie is onafhankelijk van de werkgeversorganisatie of werkgeversorganisaties, bedoeld in het eerste lid, en de werknemersorganisatie of werknemersorganisaties in de bedrijfstak waarin een stukloonnorm wordt voorgesteld. De overige leden zijn, indien zij niet onafhankelijk zijn, in aantal gelijk verdeeld tussen vertegenwoordigers van één of meerdere werkgeversorganisaties en vertegenwoordigers van één of meerdere werknemersorganisaties in de bedrijfstak waarin een stukloonnorm wordt voorgesteld.
5. Een lid van een toetsingscommissie heeft bewezen kennis en kunde van de bedrijfstak of een onderdeel hiervan en de werkzaamheden waarvoor een stukloonnorm wordt voorgesteld. In afwijking van de eerste zin, kan in het reglement, bedoeld in artikel 5, ten aanzien van een of meerdere leden een andere deskundigheid als bedoeld in de eerste zin worden bepaald.