BWBR0039406
Geldig vanaf 2017-07-01
Artikel 6
Subsidieregeling Fietsersbond 2017
1. De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidieverlening in bij de minister, uiterlijk op 1 november van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De aanvraag bevat het bedrag van de gevraagde subsidie.
2. Onverminderd artikel 4:65 van de Algemene wet bestuursrechtgaat de aanvraag vergezeld van:
a. het activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, waarin tevens een uiteenzetting wordt gegeven van de projecten en producten en waarbij de keuze van de projecten en producten bijdraagt aan de doelen en activiteiten van de Agenda Fiets 2017-2020 of eventuele opvolgende Agenda Fiets, en waarin tevens rekening is gehouden met de opmerkingen die de minister heeft gemaakt bij het concept-activiteitenplan;
b. de opgave van het kwartaal waarin de projecten en producten zijn afgerond;
c. de begroting als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht, welke tevens bevat de onderbouwing van het geraamde aantal uren per project, het forfaitair uurtarief alsmede de geraamde kosten derden per project, en
d. de ingevulde ramingen in de xls file.
3. Uiterlijk op 1 november 2017 wordt aan de minister goedkeuring gevraagd van het forfaitair uurtarief. Daartoe wordt overlegd een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ten aanzien van de berekening van het forfaitair uurtarief waarbij minimaal het volgende wordt aangegeven dat:
1°. bij de berekening de begroting is gehanteerd;
2°. de berekening gebaseerd is op de systematiek van de Handleiding Overheidstarieven 2016, en
3°. het gehanteerde tarief gebaseerd is op de in de cao voor de welzijnssector vastgelegde salarisschalen.
2. Onverminderd artikel 4:65 van de Algemene wet bestuursrechtgaat de aanvraag vergezeld van:
a. het activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, waarin tevens een uiteenzetting wordt gegeven van de projecten en producten en waarbij de keuze van de projecten en producten bijdraagt aan de doelen en activiteiten van de Agenda Fiets 2017-2020 of eventuele opvolgende Agenda Fiets, en waarin tevens rekening is gehouden met de opmerkingen die de minister heeft gemaakt bij het concept-activiteitenplan;
b. de opgave van het kwartaal waarin de projecten en producten zijn afgerond;
c. de begroting als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht, welke tevens bevat de onderbouwing van het geraamde aantal uren per project, het forfaitair uurtarief alsmede de geraamde kosten derden per project, en
d. de ingevulde ramingen in de xls file.
3. Uiterlijk op 1 november 2017 wordt aan de minister goedkeuring gevraagd van het forfaitair uurtarief. Daartoe wordt overlegd een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ten aanzien van de berekening van het forfaitair uurtarief waarbij minimaal het volgende wordt aangegeven dat:
1°. bij de berekening de begroting is gehanteerd;
2°. de berekening gebaseerd is op de systematiek van de Handleiding Overheidstarieven 2016, en
3°. het gehanteerde tarief gebaseerd is op de in de cao voor de welzijnssector vastgelegde salarisschalen.