BWBR0039384
Geldig vanaf 2017-03-28
Artikel 4
Besluit instelling personeelsraadgever VWS
1. De personeelsraadgever oefent zijn functie zonder last of ruggespraak uit. Bemiddelingsverzoeken worden vertrouwelijk behandeld en alleen met toestemming van de bemiddelingsvrager met anderen dan de raadgever gedeeld.
2. De personeelsraadgever kan de behandeling van bemiddelingsverzoeken achterwege laten indien de vraag eerst binnen de reguliere lijn opgepakt dient te worden.
3. Indien de personeelsraadgever om andere redenen besluit behandeling van bemiddelingsverzoeken achterwege te laten, doet hij daarvan zo spoedig mogelijk, onder vermelding van de redenen, mededeling aan de betrokken medewerker. Indien de medewerker dit verzoekt, kan deze mededeling op schrift worden gesteld.
4. Indien bemiddeling achterwege wordt gelaten vanwege het feit dat er voor de medewerker een andere procedure openstaat, wordt deze hierop gewezen door de personeelsraadgever.
2. De personeelsraadgever kan de behandeling van bemiddelingsverzoeken achterwege laten indien de vraag eerst binnen de reguliere lijn opgepakt dient te worden.
3. Indien de personeelsraadgever om andere redenen besluit behandeling van bemiddelingsverzoeken achterwege te laten, doet hij daarvan zo spoedig mogelijk, onder vermelding van de redenen, mededeling aan de betrokken medewerker. Indien de medewerker dit verzoekt, kan deze mededeling op schrift worden gesteld.
4. Indien bemiddeling achterwege wordt gelaten vanwege het feit dat er voor de medewerker een andere procedure openstaat, wordt deze hierop gewezen door de personeelsraadgever.