BWBR0039358
Geldig vanaf 2017-03-23
Artikel 6
Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep 2017
1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikel 2, vierde en vijfde lid, in artikel 3, tweede lid, of in artikel 4gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.
2. De aanvrager heeft gedurende tien werkdagen te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.
3. De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 2, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat persoonlijke overhandiging op werkdagen tussen 9.30 uur en 12.00 uur en 13.30 en 16.00 uur geschiedt.
4. Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid, en niet op de wijze, vermeld in het derde lid, is hersteld of de aanvrager na herstel niet heeft voldaan aan de in artikel 2, vierde en vijfde lid, in artikel 3, tweede lid, of in artikel 4gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag niet te behandelen.
2. De aanvrager heeft gedurende tien werkdagen te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.
3. De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 2, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat persoonlijke overhandiging op werkdagen tussen 9.30 uur en 12.00 uur en 13.30 en 16.00 uur geschiedt.
4. Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid, en niet op de wijze, vermeld in het derde lid, is hersteld of de aanvrager na herstel niet heeft voldaan aan de in artikel 2, vierde en vijfde lid, in artikel 3, tweede lid, of in artikel 4gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag niet te behandelen.