BWBR0039325
Geldig vanaf 2017-03-16
Artikel 20
Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2017
1. Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door een hoofdinspecteur.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een hoofdinspecteur wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de inspecteur-generaal of door een door de inspecteur-generaal aan te wijzen directeur Toezicht. De omvang van laatstgenoemde uit te oefenen bevoegdheid kan worden beperkt.
3. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bij of krachtens dit besluit toekomende bevoegdheid uitgeoefend door een onder hem ressorterend afdelingshoofd. Onverminderd de eerste volzin wordt de bevoegdheid van de directeur Rekenschap en Juridische Zaken met betrekking tot aangelegenheden waarop de beroepsvoorschriften voor registeraccountants van toepassing zijn, uitgeoefend door een onder hem ressorterende registeraccountant.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een hoofdinspecteur wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de inspecteur-generaal of door een door de inspecteur-generaal aan te wijzen directeur Toezicht. De omvang van laatstgenoemde uit te oefenen bevoegdheid kan worden beperkt.
3. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bij of krachtens dit besluit toekomende bevoegdheid uitgeoefend door een onder hem ressorterend afdelingshoofd. Onverminderd de eerste volzin wordt de bevoegdheid van de directeur Rekenschap en Juridische Zaken met betrekking tot aangelegenheden waarop de beroepsvoorschriften voor registeraccountants van toepassing zijn, uitgeoefend door een onder hem ressorterende registeraccountant.