BWBR0039319
Geldig vanaf 2017-04-01
Artikel 6
Subsidieregeling lerarenbeurs
1. Onverminderd het tweede lid verdeelt de minister het beschikbare bedrag per doelgroep in volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidie met dien verstande dat:
a. aan aanvragers aan wie op basis van deze regeling reeds voor een eerste of tweede maal subsidie is verleend voor dezelfde opleiding, voorrang wordt verleend bij de subsidieverstrekking;
b. bij subsidieverstrekking in 2021 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2020 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2020;
c. bij de subsidieverstrekking in 2022 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers aan wie niet eerder op grond van deze regeling subsidie werd verstrekt, die een afwijzing ontvingen vanwege de overschrijding van het subsidieplafond in 2021 en vervolgens uiterlijk op 1 november 2021 hebben afgezien van een subsidie als bedoeld in artikel 26a; en
d. bij de subsidieverstrekking in 2024 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2023 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2023.
2. De aanvrager krijgt krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechttwee weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Als de aanvraag binnen twee weken voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.
2a. In afwijking van het tweede lid stelt de minister een aanvrager die in 2020 op of voor 17 juni een onvolledige aanvraag doet, in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 30 juni 2020. Als de aanvraag uiterlijk op 30 juni 2020 voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.
3. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2017–2018 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 35.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 43.500.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 11.250.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 16.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
4. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2018–2019 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 27.800.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 39.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 11.375.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 16.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
5. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2019–2020 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 33.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 29.283.700 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 11.212.500 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 8.438.800 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
6. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2020–2021 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 14.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 23.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 6.500.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 6.100.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
7. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2021–2022 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 14.620.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 19.869.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 8.118.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 5.294.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
8. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2022–2023 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 22.764.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs;
b. € 32.378.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 11.157.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 10.287.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
9. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2023-2024 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 18.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 25.200.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 9.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 10.117.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
10. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2024–2025 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 16.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 27.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 9.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 12.037.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
11. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2025–2026 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 16.950.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs;
b. € 28.700.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 8.790.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 11.447.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
12. Indien een van de budgetten niet volledig wordt benut, wordt het restbedrag naar evenredigheid verdeeld over de overige doelgroepen.
a. aan aanvragers aan wie op basis van deze regeling reeds voor een eerste of tweede maal subsidie is verleend voor dezelfde opleiding, voorrang wordt verleend bij de subsidieverstrekking;
b. bij subsidieverstrekking in 2021 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2020 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2020;
c. bij de subsidieverstrekking in 2022 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers aan wie niet eerder op grond van deze regeling subsidie werd verstrekt, die een afwijzing ontvingen vanwege de overschrijding van het subsidieplafond in 2021 en vervolgens uiterlijk op 1 november 2021 hebben afgezien van een subsidie als bedoeld in artikel 26a; en
d. bij de subsidieverstrekking in 2024 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2023 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2023.
2. De aanvrager krijgt krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechttwee weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Als de aanvraag binnen twee weken voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.
2a. In afwijking van het tweede lid stelt de minister een aanvrager die in 2020 op of voor 17 juni een onvolledige aanvraag doet, in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 30 juni 2020. Als de aanvraag uiterlijk op 30 juni 2020 voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.
3. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2017–2018 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 35.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 43.500.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 11.250.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 16.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
4. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2018–2019 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 27.800.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 39.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 11.375.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 16.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
5. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2019–2020 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 33.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 29.283.700 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 11.212.500 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 8.438.800 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
6. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2020–2021 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 14.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 23.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 6.500.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 6.100.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
7. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2021–2022 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 14.620.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 19.869.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 8.118.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 5.294.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
8. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2022–2023 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 22.764.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs;
b. € 32.378.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 11.157.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 10.287.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
9. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2023-2024 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 18.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 25.200.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 9.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 10.117.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
10. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2024–2025 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 16.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
b. € 27.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 9.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 12.037.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
11. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2025–2026 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
a. € 16.950.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs;
b. € 28.700.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;
c. € 8.790.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en
d. € 11.447.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
12. Indien een van de budgetten niet volledig wordt benut, wordt het restbedrag naar evenredigheid verdeeld over de overige doelgroepen.