BWBR0039269
Geldig vanaf 2017-03-03
Artikel 1
Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen VWS
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. ministerie: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het ministerie;
c. hoofd van dienst: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en onder f, van de Mandaatregeling personele aangelegenheden VWS 2007;
d. EC O&P: het Expertisecentrum Organisatie en Personeel, onderdeel van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
e. medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie;
f. vertrouwenspersoon: de in artikel 3, eerste lid, bedoelde, als zodanig aangewezen persoon;
g. vermoeden van een misstand: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders;
h. ongewenste omgangsvormen: elke vorm van discriminatie, intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten, direct of indirect, die stress in de arbeidsituatie teweeg brengt;
i. klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen;
j. betrokkene: degene op wie het vermoeden van schending van de integriteit of een misstand, de melding of de klacht betrekking heeft;
k. commissie: de in artikel 9 ingestelde klachtencommissie;
l. klager: de medewerker die een klacht heeft ingediend bij de commissie.
a. minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. ministerie: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het ministerie;
c. hoofd van dienst: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en onder f, van de Mandaatregeling personele aangelegenheden VWS 2007;
d. EC O&P: het Expertisecentrum Organisatie en Personeel, onderdeel van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
e. medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie;
f. vertrouwenspersoon: de in artikel 3, eerste lid, bedoelde, als zodanig aangewezen persoon;
g. vermoeden van een misstand: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders;
h. ongewenste omgangsvormen: elke vorm van discriminatie, intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten, direct of indirect, die stress in de arbeidsituatie teweeg brengt;
i. klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen;
j. betrokkene: degene op wie het vermoeden van schending van de integriteit of een misstand, de melding of de klacht betrekking heeft;
k. commissie: de in artikel 9 ingestelde klachtencommissie;
l. klager: de medewerker die een klacht heeft ingediend bij de commissie.