BWBR0039246
Geldig vanaf 28-02-2017
Artikel 2.11
Bestuursreglement NWO 2017
1. Elk lid van de raad van bestuur is tegenover NWO gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. De leden van de raad van bestuur richten zich bij de vervulling van hun taak naar het belang van NWO en de daaraan verbonden organen en organisatieonderdelen.
2. Elk lid van de raad van bestuur handelt integer en transparant, met inachtneming van de algemene beginselen van goede trouw. Elke vorm of schijn van belangenverstrengeling tussen NWO (de organen en organisatieonderdelen inbegrepen) en leden van de raad van bestuur wordt vermeden. Elk lid van de raad van bestuur handelt overeenkomstig de Code goed bestuur universiteiten 2013 en de Gedragscode belangenverstrengeling NWO. De raad van bestuur kan nadere regels opnemen in een integriteitscode.
3. Bij tegenstrijdige belangen tussen NWO en een orgaan of organisatieonderdeel als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, laten leden van de raad van bestuur het belang van NWO prevaleren boven het belang van het orgaan of organisatieonderdeel en geven in hun besluitvorming blijk van het prevaleren van het algemeen belang van de organisatie.
4. Indien een lid van de raad van bestuur een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van NWO en de daaraan verbonden organisatieonderdelen meldt hij dit onverwijld aan de overige leden van de raad van bestuur, alsmede aan de voorzitter van de raad van toezicht. Hij verschaft daarover gevraagd en ongevraagd alle relevante informatie.
5. Een lid van de raad van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een tegenstrijdig belang heeft.
6. Een tegenstrijdig belang bestaat onder meer wanneer de organisatie voornemens is een transactie aan te gaan met een rechtspersoon:
a. waarin een lid van de raad van bestuur persoonlijk een materieel financieel belang heeft;
b. waarvan een bestuurslid of lid van een toezichthoudend orgaan de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, bloed- of aanverwant tot in de derde graad of pleegkind is van een lid van de raad van bestuur, of
c. waarbij een lid van de raad van bestuur een bestuurs- of toezichthoudende functie vervult, of waarbij een lid van de raad van bestuur een dienstbetrekking heeft.
7. Bij besluiten over aangelegenheden waarbij een of meer leden van de raad van bestuur een tegenstrijdig belang hebben, adviseert de raad van toezicht. Wanneer de raad van bestuur niet tot een besluit kan komen (bijvoorbeeld als gevolg van het niet deelnemen aan de besluitvorming door een of meer leden wegens tegenstrijdig belang), wordt het besluit genomen door de minister.
2. Elk lid van de raad van bestuur handelt integer en transparant, met inachtneming van de algemene beginselen van goede trouw. Elke vorm of schijn van belangenverstrengeling tussen NWO (de organen en organisatieonderdelen inbegrepen) en leden van de raad van bestuur wordt vermeden. Elk lid van de raad van bestuur handelt overeenkomstig de Code goed bestuur universiteiten 2013 en de Gedragscode belangenverstrengeling NWO. De raad van bestuur kan nadere regels opnemen in een integriteitscode.
3. Bij tegenstrijdige belangen tussen NWO en een orgaan of organisatieonderdeel als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, laten leden van de raad van bestuur het belang van NWO prevaleren boven het belang van het orgaan of organisatieonderdeel en geven in hun besluitvorming blijk van het prevaleren van het algemeen belang van de organisatie.
4. Indien een lid van de raad van bestuur een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van NWO en de daaraan verbonden organisatieonderdelen meldt hij dit onverwijld aan de overige leden van de raad van bestuur, alsmede aan de voorzitter van de raad van toezicht. Hij verschaft daarover gevraagd en ongevraagd alle relevante informatie.
5. Een lid van de raad van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een tegenstrijdig belang heeft.
6. Een tegenstrijdig belang bestaat onder meer wanneer de organisatie voornemens is een transactie aan te gaan met een rechtspersoon:
a. waarin een lid van de raad van bestuur persoonlijk een materieel financieel belang heeft;
b. waarvan een bestuurslid of lid van een toezichthoudend orgaan de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, bloed- of aanverwant tot in de derde graad of pleegkind is van een lid van de raad van bestuur, of
c. waarbij een lid van de raad van bestuur een bestuurs- of toezichthoudende functie vervult, of waarbij een lid van de raad van bestuur een dienstbetrekking heeft.
7. Bij besluiten over aangelegenheden waarbij een of meer leden van de raad van bestuur een tegenstrijdig belang hebben, adviseert de raad van toezicht. Wanneer de raad van bestuur niet tot een besluit kan komen (bijvoorbeeld als gevolg van het niet deelnemen aan de besluitvorming door een of meer leden wegens tegenstrijdig belang), wordt het besluit genomen door de minister.
- Citeren als
- Art. 2.11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039246
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl