BWBR0039245
Geldig vanaf 2017-03-01
Artikel 7
Regeling landelijk makersevenement voor het onderwijs
1. Een aanvraag wordt aan de hand van de volgende criteria beoordeeld:
a. inhoud: de mate waarin het voorstel bijdraagt aan het doel, bedoeld in artikel 3;
b. organisatie: is de organisatie zodanig dat er voldoende vertrouwen is dat het evenement zal worden georganiseerd en uitgevoerd;
c. samenwerking: wordt er samengewerkt met alle benodigde actoren;
d. duurzaamheid: I. heeft de organisatie een visie op de wijze waarop het doel van het evenement ook in de toekomst kan worden nagestreefd en geborgd; en
II. draagt dit evenement daar ook aan bij; en
I. heeft de organisatie een visie op de wijze waarop het doel van het evenement ook in de toekomst kan worden nagestreefd en geborgd; en
II. draagt dit evenement daar ook aan bij; en
e. financiering: is de financiering voldoende degelijk, staan de kosten van de activiteiten in een redelijke verhouding tot de voorgenomen doelstellingen en de daarvan te verwachten resultaten, en past de organisatie en de uitvoering binnen het via de regeling beschikbaar gestelde bedrag.
2. De criteria zijn opgenomen in een beoordelingskader dat als bijlage 1bij deze regeling is gevoegd. De adviescommissie, bedoeld in artikel 6, kan in overleg met de Minister het beoordelingskader nader invullen.
a. inhoud: de mate waarin het voorstel bijdraagt aan het doel, bedoeld in artikel 3;
b. organisatie: is de organisatie zodanig dat er voldoende vertrouwen is dat het evenement zal worden georganiseerd en uitgevoerd;
c. samenwerking: wordt er samengewerkt met alle benodigde actoren;
d. duurzaamheid: I. heeft de organisatie een visie op de wijze waarop het doel van het evenement ook in de toekomst kan worden nagestreefd en geborgd; en
II. draagt dit evenement daar ook aan bij; en
I. heeft de organisatie een visie op de wijze waarop het doel van het evenement ook in de toekomst kan worden nagestreefd en geborgd; en
II. draagt dit evenement daar ook aan bij; en
e. financiering: is de financiering voldoende degelijk, staan de kosten van de activiteiten in een redelijke verhouding tot de voorgenomen doelstellingen en de daarvan te verwachten resultaten, en past de organisatie en de uitvoering binnen het via de regeling beschikbaar gestelde bedrag.
2. De criteria zijn opgenomen in een beoordelingskader dat als bijlage 1bij deze regeling is gevoegd. De adviescommissie, bedoeld in artikel 6, kan in overleg met de Minister het beoordelingskader nader invullen.