BWBR0039179
Geldig vanaf 2017-03-01
Artikel 5
Besluit inrichting en orde politieverhoor
1. De raadsman richt zijn opmerkingen en verzoeken tot de verhorende ambtenaar.
2. Behoudens het bepaalde in artikel 28d, eerste lid, derde volzin, van de weten in artikel 6van dit besluit is de raadsman alleen direct na aanvang van het verhoor en direct voor afloop van het verhoor bevoegd om opmerkingen te maken of vragen te stellen. De verhorende ambtenaar stelt de raadsman daartoe direct na aanvang van het verhoor en direct voor afloop daarvan in de gelegenheid.
2. Behoudens het bepaalde in artikel 28d, eerste lid, derde volzin, van de weten in artikel 6van dit besluit is de raadsman alleen direct na aanvang van het verhoor en direct voor afloop van het verhoor bevoegd om opmerkingen te maken of vragen te stellen. De verhorende ambtenaar stelt de raadsman daartoe direct na aanvang van het verhoor en direct voor afloop daarvan in de gelegenheid.