BWBR0039176
Geldig vanaf 2017-02-10
Artikel 2
Ondermandaat, -volmacht en -machtigingsbesluit Hoofddirectie Financiën en Control 2016
1. Aan het hoofd Kabinet, dan wel (bij diens afwezigheid) zijn plaatsvervanger, wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de taken die ingevolge het subtaakbesluit HDFC 2016, artikel 2, onder b tot en met gtot zijn werkterrein behoren.
2. Aan de directeur Begroting, dan wel (bij diens afwezigheid) zijn plaatsvervanger, wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de taken die ingevolge het subtaakbesluit HDFC 2016, artikel 3, onder b tot en met jtot zijn werkterrein behoren.
3. Aan de directeur Managementinformatie en beheer, dan wel (bij diens afwezigheid) zijn plaatsvervanger, wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de taken die ingevolge het subtaakbesluit HDFC 2016, artikel 4, onder b tot en met ltot zijn werkterrein behoren.
4. De verlening van bevoegdheden, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, omvat niet:
a. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen inzake onderwerpen met een mogelijk politiek gevoelig karakter dan wel van principieel financieel / beleidsmatige aard;
b. het ondertekenen van binnen de Hoofddirectie Financiën en Control opgestelde privaatrechtelijke overeenkomsten, voor zover sprake is van principieel financiële aangelegenheden.
5. Bij afwezigheid van de Hoofddirecteur is de directeur Begroting plaatsvervangend Hoofddirecteur bevoegd voor het gestelde onder a en b, het vierde lid.
2. Aan de directeur Begroting, dan wel (bij diens afwezigheid) zijn plaatsvervanger, wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de taken die ingevolge het subtaakbesluit HDFC 2016, artikel 3, onder b tot en met jtot zijn werkterrein behoren.
3. Aan de directeur Managementinformatie en beheer, dan wel (bij diens afwezigheid) zijn plaatsvervanger, wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de taken die ingevolge het subtaakbesluit HDFC 2016, artikel 4, onder b tot en met ltot zijn werkterrein behoren.
4. De verlening van bevoegdheden, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, omvat niet:
a. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen inzake onderwerpen met een mogelijk politiek gevoelig karakter dan wel van principieel financieel / beleidsmatige aard;
b. het ondertekenen van binnen de Hoofddirectie Financiën en Control opgestelde privaatrechtelijke overeenkomsten, voor zover sprake is van principieel financiële aangelegenheden.
5. Bij afwezigheid van de Hoofddirecteur is de directeur Begroting plaatsvervangend Hoofddirecteur bevoegd voor het gestelde onder a en b, het vierde lid.