BWBR0039149
Geldig vanaf 2017-02-01
Artikel 7
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken 2017
1. Aan de afdelingsmanager en de teammanagers van de afdeling Juridische Zaken wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen die ten laste komen van het beleidsbudget, een bedrag van € 1.500.000 per verplichting niet te boven gaat, en
b. het behandelen van en beslissen op verzoeken zonder specifieke wettelijke grondslag om schadevergoeding of om nadeelcompensatie, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen door de afdelingsmanager respectievelijk de teammanager een bedrag van € 150.000 respectievelijk € 25.000 per verplichting niet te boven gaat.
2. Aan de afdelingsmanager en de teammanagers van de afdeling Juridische Zaken wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het instellen van (hoger) beroep.
3. Aan de afdelingsmanager, de teammanagers, de senior juristen van de afdeling Juridische Zaken en de juristen van het Kennisteam Beroepen van die afdeling, wordt, ieder voor zich, machtiging verleend tot vertegenwoordiging bij geschillen. Tevens zijn zij bevoegd om voor de behandeling van een geschil één of meer personen als medegemachtigde te introduceren.
4. Aan de senior juristen van de afdeling Juridische Zaken wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen die ten laste komen van het beleidsbudget, een bedrag van € 1.500.000 per verplichting niet te boven gaat en het aangaan van financiële verplichtingen die ten laste komen van de directe uitvoeringskosten, een bedrag van € 1.050 per verplichting niet te boven gaat, en
b. het behandelen van en beslissen op verzoeken, bedoeld in het eerste lid, onder b, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 1.050 per verplichting niet te boven gaat.
a. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen die ten laste komen van het beleidsbudget, een bedrag van € 1.500.000 per verplichting niet te boven gaat, en
b. het behandelen van en beslissen op verzoeken zonder specifieke wettelijke grondslag om schadevergoeding of om nadeelcompensatie, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen door de afdelingsmanager respectievelijk de teammanager een bedrag van € 150.000 respectievelijk € 25.000 per verplichting niet te boven gaat.
2. Aan de afdelingsmanager en de teammanagers van de afdeling Juridische Zaken wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het instellen van (hoger) beroep.
3. Aan de afdelingsmanager, de teammanagers, de senior juristen van de afdeling Juridische Zaken en de juristen van het Kennisteam Beroepen van die afdeling, wordt, ieder voor zich, machtiging verleend tot vertegenwoordiging bij geschillen. Tevens zijn zij bevoegd om voor de behandeling van een geschil één of meer personen als medegemachtigde te introduceren.
4. Aan de senior juristen van de afdeling Juridische Zaken wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen die ten laste komen van het beleidsbudget, een bedrag van € 1.500.000 per verplichting niet te boven gaat en het aangaan van financiële verplichtingen die ten laste komen van de directe uitvoeringskosten, een bedrag van € 1.050 per verplichting niet te boven gaat, en
b. het behandelen van en beslissen op verzoeken, bedoeld in het eerste lid, onder b, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 1.050 per verplichting niet te boven gaat.