BWBR0039140
Geldig vanaf 2017-01-28
Artikel 3
Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2017–2018
1. Aan de vrijstelling, bedoeld in artikel 2, zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling: 1°. bestaat minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
2°. bedraagt de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
3°. is het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau;
4°. worden de runderen met de diernummers 100, 102 en 120, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 150 dagen per jaar;
5°. worden de runderen met het diernummer 101, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 90 dagen per jaar;
1°. bestaat minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
2°. bedraagt de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
3°. is het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau;
4°. worden de runderen met de diernummers 100, 102 en 120, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 150 dagen per jaar;
5°. worden de runderen met het diernummer 101, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 90 dagen per jaar;
b. op het bedrijf mag geen andere dierlijke mest worden aangevoerd dan runderdrijfmest of vaste rundermest;
c. elk jaar meldt de landbouwer uiterlijk 7 dagen voordat van de vrijstelling in dat jaar gebruik wordt gemaakt, het bedrijf voor de toepassing van artikel 2 aan bij de minister waarmee de landbouwer verklaart te voldoen aan artikel 2 en aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a en b, en het tweede lid;
d. de landbouwer houdt gegevens bij waarmee aannemelijk kan worden gemaakt dat aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a en b, en het tweede lid, is voldaan en bewaart deze gegevens en een afschrift van de aanmelding als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.
2. De vrijstelling voor een bedrijf waar in ieder geval runderen met diernummer 100, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwetworden gehouden, wordt verleend onder de voorwaarde dat in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling:
a. de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare is, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kan worden geplaatst op het eigen bedrijf;
b. het gemiddeld gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tijdens de perioden van 1 januari tot en met 31 maart en van 1 december tot en met 31 december geproduceerde melk lager is dan 21 milligram per 100 gram melk.
a. in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling: 1°. bestaat minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
2°. bedraagt de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
3°. is het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau;
4°. worden de runderen met de diernummers 100, 102 en 120, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 150 dagen per jaar;
5°. worden de runderen met het diernummer 101, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 90 dagen per jaar;
1°. bestaat minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
2°. bedraagt de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
3°. is het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 125 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau;
4°. worden de runderen met de diernummers 100, 102 en 120, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 150 dagen per jaar;
5°. worden de runderen met het diernummer 101, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 april tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 90 dagen per jaar;
b. op het bedrijf mag geen andere dierlijke mest worden aangevoerd dan runderdrijfmest of vaste rundermest;
c. elk jaar meldt de landbouwer uiterlijk 7 dagen voordat van de vrijstelling in dat jaar gebruik wordt gemaakt, het bedrijf voor de toepassing van artikel 2 aan bij de minister waarmee de landbouwer verklaart te voldoen aan artikel 2 en aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a en b, en het tweede lid;
d. de landbouwer houdt gegevens bij waarmee aannemelijk kan worden gemaakt dat aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a en b, en het tweede lid, is voldaan en bewaart deze gegevens en een afschrift van de aanmelding als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.
2. De vrijstelling voor een bedrijf waar in ieder geval runderen met diernummer 100, bedoeld in bijlage D, tabel I, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwetworden gehouden, wordt verleend onder de voorwaarde dat in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling:
a. de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare is, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kan worden geplaatst op het eigen bedrijf;
b. het gemiddeld gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tijdens de perioden van 1 januari tot en met 31 maart en van 1 december tot en met 31 december geproduceerde melk lager is dan 21 milligram per 100 gram melk.