BWBR0039133
Geldig vanaf 2012-04-01
Artikel 4
Besluit instelling bezwarenadviescommissie personele aangelegenheden IenM
1. De commissie bestaat uit:
a. een voorzitter, tevens lid, niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister.
b. twee leden.
2. Als leden van een bezwarencommissie treden op ambtenaren van het ministerie die door de minister op een lijst zijn geplaatst van mogelijke deelnemers aan een bezwarencommissie.
3. Op voorgenoemde lijst staan ook leden op voordracht van het Departementaal Georganiseerd Overleg.
4. De leden worden, behoudens tussentijds ontslag, voor vier jaar benoemd. De benoeming kan aansluitend eenmaal voor vier jaar worden verlengd.
3. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de commissie ontvangen een vergoeding per vergadering ter hoogte van de maximaal toegestane vergoeding per vergadering voor de voorzitter als bedoeld in artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies. De niet-ambtelijke leden en niet-ambtelijke plaatsvervangende leden van de commissie ontvangen een vergoeding per vergadering ter hoogte van de maximaal toegestane vergoeding per vergadering voor de andere leden als bedoeld in artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies.
a. een voorzitter, tevens lid, niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister.
b. twee leden.
2. Als leden van een bezwarencommissie treden op ambtenaren van het ministerie die door de minister op een lijst zijn geplaatst van mogelijke deelnemers aan een bezwarencommissie.
3. Op voorgenoemde lijst staan ook leden op voordracht van het Departementaal Georganiseerd Overleg.
4. De leden worden, behoudens tussentijds ontslag, voor vier jaar benoemd. De benoeming kan aansluitend eenmaal voor vier jaar worden verlengd.
3. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de commissie ontvangen een vergoeding per vergadering ter hoogte van de maximaal toegestane vergoeding per vergadering voor de voorzitter als bedoeld in artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies. De niet-ambtelijke leden en niet-ambtelijke plaatsvervangende leden van de commissie ontvangen een vergoeding per vergadering ter hoogte van de maximaal toegestane vergoeding per vergadering voor de andere leden als bedoeld in artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies.