BWBR0039126
Geldig vanaf 2017-01-24
Artikel 2
Beleidsregel berekening steunpercentage Regeling groenprojecten 2016
Om de steun op het moment waarop de groenverklaring wordt afgegeven te kunnen bepalen wordt uitgegaan van:
a. een groenproject waarvan de gehele investering wordt gefinancierd met een geldlening van een groenfonds als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
b. een maximale looptijd van de geldlening van tien jaar;
c. een lineaire aflossing op de geldlening tot een restwaarde van € 0,–;
d. een te behalen rentevoordeel voordat aftrek van vennootschapsbelasting plaatsvindt van 0,75% punt;
e. de disconteringsvoet zoals maandelijks wordt vastgesteld door de Europese Commissie;
f. het te betalen tarief aan vennootschapsbelasting van 25%.
a. een groenproject waarvan de gehele investering wordt gefinancierd met een geldlening van een groenfonds als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
b. een maximale looptijd van de geldlening van tien jaar;
c. een lineaire aflossing op de geldlening tot een restwaarde van € 0,–;
d. een te behalen rentevoordeel voordat aftrek van vennootschapsbelasting plaatsvindt van 0,75% punt;
e. de disconteringsvoet zoals maandelijks wordt vastgesteld door de Europese Commissie;
f. het te betalen tarief aan vennootschapsbelasting van 25%.