BWBR0039116
Geldig vanaf 2016-12-21
Artikel 4
Regeling maatregelen beschermings- en toezichtsgebied vogelgriep Boven-Leeuwen 2016
1. Het vervoer van eieren, afkomstig van een inrichting, is verboden.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van consumptie-eieren afkomstig van een binnen het beschermings- of toezichtsgebied gelegen inrichting toegestaan indien:
a. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol, en
b. de eieren rechtstreeks worden vervoerd naar een door de minister aangewezen: 1°. pakstation en voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 2005/94/EG, of
2°. inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig artikel 26, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 2005/94/EG.
1°. pakstation en voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 2005/94/EG, of
2°. inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig artikel 26, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 2005/94/EG.
3. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van consumptie-eieren afkomstig van een buiten het beschermings- of toezichtsgebied gelegen inrichting toegestaan, indien:
a. de eieren rechtstreeks worden vervoerd naar: 1° R. van Zetten, te Ommeren, met gebruikmaking van een van de routes, bedoeld in bijlage 3, of
2° Weko eiproducten BV, te Ochten, met gebruikmaking van de route, bedoeld in bijlage 4;
1° R. van Zetten, te Ommeren, met gebruikmaking van een van de routes, bedoeld in bijlage 3, of
2° Weko eiproducten BV, te Ochten, met gebruikmaking van de route, bedoeld in bijlage 4;
b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol, en
c. voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 2005/94/EG.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van consumptie-eieren afkomstig van een binnen het beschermings- of toezichtsgebied gelegen inrichting toegestaan indien:
a. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol, en
b. de eieren rechtstreeks worden vervoerd naar een door de minister aangewezen: 1°. pakstation en voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 2005/94/EG, of
2°. inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig artikel 26, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 2005/94/EG.
1°. pakstation en voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 2005/94/EG, of
2°. inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig artikel 26, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 2005/94/EG.
3. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van consumptie-eieren afkomstig van een buiten het beschermings- of toezichtsgebied gelegen inrichting toegestaan, indien:
a. de eieren rechtstreeks worden vervoerd naar: 1° R. van Zetten, te Ommeren, met gebruikmaking van een van de routes, bedoeld in bijlage 3, of
2° Weko eiproducten BV, te Ochten, met gebruikmaking van de route, bedoeld in bijlage 4;
1° R. van Zetten, te Ommeren, met gebruikmaking van een van de routes, bedoeld in bijlage 3, of
2° Weko eiproducten BV, te Ochten, met gebruikmaking van de route, bedoeld in bijlage 4;
b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een goedgekeurd hygiëneprotocol, en
c. voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 2005/94/EG.